{{ message.message }}
{{ button.text }}

Wende (fictie/vervolgverhaal 5/10)

Men zegt, angst is een slechte raadgever. Moed wordt geprezen. Al eeuwen lang......

Afbeelding blog 'Wende (fictie/vervolgverhaal 5/10)' Achtergrond blur afbeelding

Men zegt, angst is een slechte raadgever. Moed wordt geprezen. Al eeuwen lang. Ook zegt men dat uitzonderingen de regel bevestigen. Maar wat als je de uitzondering bent? Misschien is een beetje bang zijn zo slecht nog niet...

Dieprood, vlammend geel, intens warm; de vlammen dansen voor mijn ogen, alsof ze mij iets willen zeggen. Het is een aantrekkelijk schouwspel, vermakelijk, verslavend om naar te kijken. Langzaam strek in mijn linkerhand uit, de warmte gaat van aangenaam naar heet. Te heet bijna. Nog een heel klein stukje dichterbij…
‘Jemig Wen! Wat doe je?’ De stem van Hugo haalt mij uit mijn gedachteloze staren en zijn handen trekken mij hard naar achter, weg bij het gasfornuis vandaan.
Automatisch doe ik nog twee stappen naar achter totdat ik met mijn billen tegen de eettafel sta. Ik wrijf hard met mijn handen over mijn gezicht terwijl Hugo geroutineerd een theedoek over de wok heen legt. Snel en doeltreffend.
Als hij zich omdraait weet ik nog net een zenuwachtige grinnik te onderdrukken. Vuur, denk ik, zijn ogen spuwen vuur.
‘Waarom deed je niks? Je weet toch wel hoe je zoiets oplost? Jij zeker, je moeder is kok!’
Als hij vervolgens hoofdschuddend en zacht na-mopperend de keuken uit wil lopen beginnen mijn benen te trillen. Net als mijn lip. Op de tast trek ik de designkeukenstoel – prachtig, strak wit en ze zitten voor geen meter- van de tafel en laat mij er op zakken voordat mijn puddingbenen het begeven.
‘Huug?’ zeg ik met een met door tranen verstikte stem. Hugo draait om.
‘Sorry. Ik…ik…ik was het even kwijt. Ik weet heus wel dat ik die stomme theedoek op een vlam in de pan moet leggen. Ik…’ Weer die tranen. En ik ben helemaal geen jankerd.
Hugo weet dit ook en kijkt mij aan met een blik die ergens tussen verbazing, medelijden en onbegrip inhangt.
Plots draait hij de loeiende oven met de half gebakken ovenschotel uit, grist een plastic boodschappentasje uit de rommel keukenla en vult hem met wat blikjes bier uit de koelkast. Ik ben al tijden niet meer van het bier; een wijnglas staat toch gewoon veel beter dan een flesje pils? Deze blikjes stonden er nog vanaf de barbecue, misschien zijn ze wel over de houdbaarheidsdatum heen.
‘Ga je weg?’ mijn stem klinkt nog steeds alsof ik een zware verkoudheid onder de leden heb.
Hugo schud zijn hoofd. ‘Nee, mafkees. Kom pak je fietssleutels.’
Nog te versuft om verder te vragen en blij dat Hugo even het initiatief neemt pak ik onze fietssleutels van het metalen haakje naast de achterdeur.

‘Gaat het weer een beetje?’ vraagt Hugo terwijl wij er goed de vaart in hebben. In de verte doemen de duinen al op, maar ik weet uit ervaring dat het nog minimaal twintig minuten flink doortrappen is voordat wij er daadwerkelijk zullen zijn. De zon zakt al aardig en schijnt ons fel tegemoet; ook al is het nog volop zomer, de dagen worden alweer korter en ik verheug me er al op hem straks in al zijn pracht in de zee te zien zakken. We passeren de laatste huizen aan het Maalwater in Heiloo. Geen al te oude, maar wel grote, decadente woningen. Altijd als ik hier langs rijd probeer ik aan de hand van de vensterbank decoraties, gordijnen en auto’s mijzelf voor te stellen wie er wonen en hoe ze leven. Zullen ze beide 50 uur per week moeten werken om de boel draaiende te houden of is er geld in de familie? Moeten de kinderen het met de au pair zien te redden na schooltijd? Ik zie geen fietsjes op de opritten liggen. Misschien dat de meeste mensen in deze straat al oudere kinderen hebben. Kinderen die eens in de twee weken op zondag komen brunchen, vertellen hoe het met de studie- betaald door paps en mams- gaat en vervolgens wegscheuren in hun nieuwe pittige autootje waar ze geen dag voor hebben hoeven te werken in hun onbezorgde en perfecte leventjes.
Ik wil Hugo antwoorden dat het wel weer gaat, maar dan voel ik de tranen weer opwellen. We laten de fietsen even uitrollen en Hugo legt zijn hand op mijn arm. Het doet mij denken aan hoe ik en mijn vriendinnen vroeger naar school fietsen. En aan hoe vaak dit ook misging: sturen in elkaar, slingeren en schouders die tegen elkaar aan botsen. Ik glimlach, met weemoed.
‘He, Wen? Hij kijkt mij streng aan.
‘Je moet nu echt stoppen met het zo vreselijk op jezelf te betrekken. Je kende die hele vrouw niet. Je hebt haar geeneens gesproken. Nooit.’
Na een diepe ademhaling haal ik mijn schouders op. ‘Je hebt het toch ook gelezen? Die brand is zaterdagnacht geweest. Ik heb haar niet gesproken nee, maar we weten hoe ze eruit zag. En in die berichtjes om de tijd af te spreken leek ze ook erg aardig.’
Hugo trekt een wenkbrauw omhoog. ‘Wende even serieus. Nu moet je echt stoppen. Het is ontzettend naar dat ze is omgekomen maar het is niet jouw verdriet. Je kan het hoogstens naar en raar vinden en je er weer over heen zetten.’
Hugo heeft gelijk en ik weet het. Zwijgend fietsen we langzaam door. De straat is overgegaan in een lang fietspad dwars door de weilanden. De geuren van een warme zomerdag vermengen zich met het zurige kuilgras van de boerderij waar we langsrijden.
De tranen trekken zich terug, ik herpak mezelf en bedenk dat mijn reactie echt overtrokken is. Het is zeker geen slecht idee om weer eens net als vroeger, gewoon spontaan ergens heen te rijden, iets te eten en vervolgens met een ouderwets blikje bier afscheid te nemen van de dag.

‘Ik plof, ik hoef echt niets meer,’ zeg ik met volle mond en gooi een half stuk pizza terug in de bijna lege doos. ‘Alhoewel, doe mij nog maar een biertje.’ Demonstratief neem ik de laatste slok uit mijn blikje en schud er even mee om te laten horen dat hij leeg is. ‘Zuipschuit,’ knipoogt Hugo en hij reikt al naar de tas naast hem om een tweede biertje voor ons te pakken.
‘Dit moeten we echt vaker doen hoor.’ Loom ga ik met mijn hand door het warme zachte zand en vis er de schelpen uit. Zonder doel. Gewoon omdat ze er toevallig liggen. Sjemig, wat heerlijk om eens iets compleet nutteloos te doen, denk ik terwijl ik alle schelpjes op hun rug leg.
‘Eh, Wen?’
‘Hmm?’
‘Er is iets, eh, ik moet iets opbiechten.’
Vanaf de punten van mijn tenen- die tot dit moment ook heerlijk in het warme zand rondwoelden- kruipt een koude rilling omhoog. Hoger en hoger en ik voel de haren op mijn kruin omhoog schieten. Mijn gezicht wordt gevoelloos en hoogstwaarschijnlijk lijkbleek.
Dit is het dan.
Nu gaat hij het zeggen.
Dít is pas een moment voor tranen, maar juist nu blijven mijn ogen droog.
Alles in mij lijkt droog, lijkt te verdorren en zachtjes broos te verpulveren tot niets.
‘Wat dan?’ weet ik er verrassend normaal uit te persen.
‘Weet je nog dat ik twee weken geleden die vrijdagmiddagborrel had? Die vrijdagmiddagborrel die uiteindelijk een soort van zaterdagochtend borrel werd?’
Ik knik bijna onzichtbaar, maar zie vanuit mijn ooghoek dat hij zijn blik op de horizon gericht heeft. De horizon waarachter de zon over niet al te lange tijd zal verdwijnen en alles zal doen zetten in een naargeestig grijzige gloed.
‘Nou, ehm, ik was nogal dronken. Behoorlijk lam eigenlijk…’Hugo slikt en ik sluit mijn ogen. Ik wil niet dat deze nare boodschap voor altijd verbonden zal zijn aan zoiets puurs en prachtigs als de ondergaande zon.
‘Ja, en toen?’ Snel neem ik een grote slok van mijn inmiddels wat lauwe bier.
‘Het spijt mij heel erg, en ik weet dat wij een afspraak hebben…’ Ook Hugo neemt nu even een slok.
Een afspraak? Wat zwamt hij nou? Alsof onze relatie niets meer is dan een kille overeenkomst.
‘Het zal niet meer gebeuren en het kwam echt door de drank, maar ik heb die avond twee sigaretten gerookt.’ Hij kijkt mij aan. Ik voel het en doe mijn ogen open.
‘Sorry, Wen.’
Korsluiting. Ik kan even geen zinnig woord uitbrengen. Aan zijn ogen zie ik dat hij zich hier werkelijk over druk heeft gemaakt, dat hij ermee zit. Ik had in mijn hoofd de inboedel al bijna verdeeld.
‘Wat?’ Hij kijkt mij onbegrijpend aan en ik geef hem een stomp.
‘Sukkel, sjonge jonge, nou het is je vergeven hoor,’ zeg ik tegelijkertijd zo hard-een klein beetje hysterisch- lachend dat de tranen nu alsnog over mijn wangen rollen. Met een vette pizzahand veeg ik ze af en drink met een paar flinke slokken mijn hele blikje leeg.

*Mamaplaats faciliteert een open en voor iedereen toegankelijk social platform. Zij is niet verantwoordelijk voor inhoud en authenticiteit van posts. Algemene voorwaarden.

Tags:

Login bij Mamaplaats
Login

Nog geen account bij Mamaplaats?
Registreren
profiel aanmaken

Ik heb al een account.
Ja, dat wil ik

Nee, dank je