{{ message.message }}
{{ button.text }}

Te groot

Afbeelding blog 'Te groot '

“Nou, wat hebben júllie mooi gezongen zeg, wàt een leuk liedje, dat had ik nog niet eerder gehoord!”

Het is fris en helder en gelukkig droog. Mijn lampionnetje wiegt zachtjes heen en weer in de kille novemberavond-bries.

'Jij bent al zo groot'
De vrouw in de deuropening houdt ons breed lachend een tupperware bak vol snoepgoed voor.
“Pak er maar twee, hoor," zegt ze hartelijk.

Mijn vriendinnetje grabbelt een leuke buit bij elkaar. Dat wil ik ook wel, maar zodra ik mijn hand in de bak wil steken volgen de legendarische woorden: “Jij krijgt niet hoor, jij bent al zo groot!”

Ik kijk haar aan. Probeer in te schatten of ze een grapje maakt of niet.

“Jij loopt zeker met je kleine zusje mee hè?” vult ze de situatie voor ons in.

Zusje? Ik heb helemaal geen zusje. Ik heb wel een vriendinnetje. Ze staat naast me. Ze is twee koppen kleiner dan ik, en bijna een heel jaar ouder.

“Nou ja, vooruit dan maar,” zegt de vrouw dan zuinigjes, als ze mijn beteuterde gezicht ziet.
“Want dit is denk ik wel zo’n beetje het laatste jaar Sint Maarten voor jou hè? Nou dahàg, kindertjes.”

De deur gaat dicht.
Ik kijk naar de snoepjes die ik uiteindelijk toch mocht pakken, maar ik heb er niet zoveel trek meer in.

Het was die avond namelijk al de derde keer dat ik te horen kreeg dat ik eigenlijk al veel te groot was.

Normaal zijn
Ik was altijd al een stuk langer dan gemiddeld. Waar ik vijftien jaar geleden nog het liefst tien centimeter van mijn benen zou hebben gezaagd om maar ‘normaal te zijn, zoals de rest’, heb ik inmiddels mijn lengte omarmd. Omdat ik niet anders mocht van mijn moeder, die me opvoedde (en nog steeds trouwens) met zelfliefde en onder geen beding toestond dat ik in elkaar gevouwen stond.

Ik ben er blij mee, met al die centimeters. Heus niet alleen maar omdat ik zo nu en dan eens een bekertje crème fraiche uit het bovenste schap kan pakken voor een wanhopig ronddrentelende bejaarde (goed voor mijn karmapunten), ook omdat ik er bén, ook op de dagen dat ik er eigenlijk eventjes niet zou willen zijn. Om mij kan je niet heen. Hier ben ik. Een-meter-tweeënnegentig aan leven.

Flauwe dingen
Ja, als je lang bent krijg je veel flauwe dingen om je oren.

De aardrijkskundeleraar die in de wandelgangen altijd dezelfde grap maakte: "Kom je bij mij op het dak staan? Dan kan ik Filmnet ontvangen. Hahahaha!" En ik die nog lang niet assertief genoeg was om te pareren met een opmerking waarin de woorden 'pervers' en 'porno' terugkwamen.

Het 'pointing out the obvious' in de vorm van "Zo hee, jij bent lang!"
Het geprojecteerde verkapte zelfcomplex: "Ik voel me altijd zo klein, zo naast jou!"
De gegromde jaloezie: "Ik ben blij dat ik niet van die lange benen heb. Lijkt me zo lastig, met broeken kopen. En je hebt trouwens ook heel grote voeten hè?"

En het feit dat vrijwel iedereen eerst even naar mijn schoenen kijkt om te zien hoe hoog mijn hakken zijn (die ik zelden draag).
Het is soms vervelend, soms vermakelijk, soms een opening naar een gesprek. Hoe dan ook, het went.

Uitdagingen
Dat het me wel wat jaren heeft gekost om met mijn lange lijf uit de voeten te kunnen heeft vooral te maken met uitdagingen die als kind al op mijn pad kwamen.

Niet alleen werd mij de toegang ontzegd tot de ballenbak in de IKEA omdat men niet geloofde dat ik nog maar zeven jaar was (een feit dat mijn oma, die erbij was, tot op haar sterfbed nog tot een razende woede bracht), ook werd ik geacht van alles maar te kunnen, te snappen en te weten. Want ik was toch al zo groot! Het zijn woorden die nog steeds doorklinken.

Want als je groot bent word je snel serieus genomen, maar ook snel overvraagd.

Groentenjuwelier
En nu ben ik zelf moeder. Moeder van twee lieve, mooie, vrolijke, slimme, leuke en fantastische kuikens. En vooral; gróte kuikens.

Een voorval kan ik me nog levendig herinneren, al is het al wat jaartjes geleden. Ik stond met mijn dochter bij de plaatselijke Turkse groentenjuwelier, waar de meest exotische spulletjes op kinderooghoogte liggen.

“Mama, wat is dat?”

-“Pompoen, schat.”

“En dat dan?”

-“Kalebas, lief.”

En zo gingen we het rijtje af, tot de jongen achter de kassa sprak: “Het staat er gewoon bij geschreven hoor, wat het is.”

Met opgetrokken wenkbrauwen keek ik hem aan.

“Ja,” vervolgde hij, kijkend naar mijn dochter, “ik bedoel, dat kan ze toch gewoon zélf lezen?”

Aha. Juist.

“Zeker,” antwoordde ik luchtig. “Over twee jaar, als ze leert lezen, dan kan ze dat zelf, ja.”

Hij zweeg, uploadde een kwartje in de gleuf in zijn brein, we wachtten allebei terwijl het rustig naar beneden rolde, net zolang tot het *kloink* deed.

Toen zei hij: “Huh? Maar hoe oud is zij dan?”

“Vier,” antwoordde ik. “Nèt geworden.”

“Oh. Dan eh… is ze wel groot hè?”

“Láng,” verbeterde ik hem, want een Olifant is Groot en een Giraf is Lang.
“Ja. Mooi hè?”

En met opgeheven hoofd én onze avocado’s verlieten we de winkel.

'Precies goed zoals je bent'
Zij heeft dat nog niet in de gaten. Voor mij is pijnlijk duidelijk dat het overvragen voor haar al op de loer ligt, in de struikjes van het leven.

Ik kijk naar haar en zie mezelf. Voel de verkramping van onzekerheid en verlegenheid knopen leggen in mijn onderbuik.

Ik kijk naar haar en zie mezelf. Zie haar rennen met ledematen die alle kanten opvliegen en voeten die zo hard op de stoep kletsen dat de ruiten ervan rammelen.

Ik kijk en zie mezelf. De onmacht van ‘waar moet dat grote lijf naartoe’. Ik ben er zó erg, maar heb daar helemaal niet om gevraagd.

En keer op keer herhaal ik die woorden, elke avond opnieuw.

“Jij bent precies goed zoals je bent.”

En ik zeg ze tegen ons allebei even hard. 

Login bij Mamaplaats
Login

Nog geen account bij Mamaplaats?
Registreren
profiel aanmaken

Ik heb al een account.
Ja, dat wil ik

Nee, dank je