{{ message.message }}
{{ button.text }}

Op de grote oceaan (1)

Niet op social media

Afbeelding blog 'Op de grote oceaan (1)'

Ik dobber al watertrappelend rond in de grote oceaan. Ik heb werkelijk geen idee waar ik ben, (misschien wel in de Bermuda Driehoek?), nergens land in zicht, maar dat geeft niet. Het is mooi weer, het zonnetje schijnt en ik heb een boomstronk waar ik me aan vast kan houden en half op kan uitrusten. En ach, van al dat watertrappelen krijg ik wel enorm sterke benen! Af en toe zie ik de meest prachtige vissen voorbij zwemmen. Zo nu en dan ga ik even op mijn rug en drijf ik met het warme zonnetje op mijn gezicht, met mijn ogen dicht, ik haal een keer diep ademen denk “dit is genieten!”
Maar dan ineens, uit het niets, gaat het regenen, heel hard regenen, de zon verdwijnt, het gaat steeds harder waaien, en ik krijg het koud. Ijs- en ijskoud. Wat was er nou ook alweer zo mooi? Ik zit middenin de oceaan, geen land in zicht, ga ik ooit nog land zien? Vaste grond onder mijn voeten? Och mijn benen, ze voelen loodzwaar, ik kan dit niet, ik hou dit niet vol! Ik kijk naar mijn mooie stukjes hout, op mijn boomstronk en voel me schuldig. Deze mooie stukjes hout verdienen het niet om hier met mij te dobberen, deze stukjes hout verdienen het om ergens, op het vaste land, een mooi tafelblad te worden. Ok, voor een tafelblad zijn ze bij nader inzien toch iets te klein, maar er moet toch iets zijn, waar deze mooie stukjes hout zoveel beter tot hun recht komen, dan hier bij mij op mijn boomstronk? Ik voel een intens medelijden met de mooie stukjes hout, die er ook niet om gevraagd hebben hier bij mij te zijn, in deze uitzichtloze leegte.
Dan komt Hij voorbij, op een vlot. Ik heb hem vaker gezien; sterker nog, ik ken hem zelfs. Hij gaf me één van de mooie stukjes hout, zodat ik iets moois had om naar te kijken. Ik had al een mooi stukje hout, maar ik vond het zó’n lief gebaar, dat ik niet durfde te weigeren.
Nu is hij er dus weer, op zijn vlot. Ik heb weleens eerder op het vlot gezeten en ik weet dat het niet stevig is, ondanks dat het er wel zo uitziet. Het is al eens vaker uit elkaar gevallen, terwijl ik er op zat. Ik schrok me wild! Maar het ziet er nu toch steviger uit. Hij vraagt of ik even op zijn vlot wil komen. Ik voel mijn zware benen, ik ben zo moe! Ik wil even uitrusten. “Vijf minuutjes dan.”, zeg ik, terwijl ik op het vlot klauter. Het gaat moeizaam, met mijn natte kleren, maar ik zit. Ik voel een balkje onder mij verschuiven, maar ik negeer het. Even mijn benen rusten! Het houdt op met regenen en achter de wolk zie ik een héél klein beetje zon. Ik wens heel hard dat de wolk wegdrijft, maar de wolk lijkt het prima naar zijn zin te hebben daar. Ik krijg het koud, steenkoud en begin heel hard te rillen. Hij ziet het, schuift naar me toe en slaat zijn arm om me heen. Ik voel nog twee balken verschuiven, maar negeer het weer. Het is zo fijn en warm, en ik heb het zo koud en ik ben zo moe. Heel even doe ik mijn ogen dicht, terwijl ik mijn hoofd op zijn borst te rusten leg. Ik zit niet lekker, krijg last van mijn nek in deze positie en echt daadwerkelijk ontspannen lukt niet, omdat ik nog steeds voel dat die balken niet echt goed stabiel vastzitten, maar het kan me heel even niets schelen en ik doe mijn uiterste best alles te negeren en probeer te genieten van de warmte die van hem afkomt en de rust voor mijn benen, die even niet meer hoeven te trappelen. Ondertussen vertelt hij hoe het er straks uit gaat zien. Hij is druk bezig om alles te regelen. De Grote Tocht naar het vaste land. Hij is bezig een mooie boot te bouwen. Het is nu moeilijk te zien, dat snapt hij, maar heus, het gaat gebeuren! Hij stelt alles in het werk om aan de grote oversteek te beginnen en ik mag mee. Hij wil mij heel graag meenemen, maar ik moet geduld hebben, maar hij belooft me, dat het het allemaal waard zal zijn. En eenmaal aan land, nou, dan is het zo goed en zo mooi, dan zal ik alles hebben wat mijn hartje begeert! Nooit zal ik ook maar één zorg nog hoeven hebben! Hij vertelt zo mooi en zijn stem is prettig om naar te luisteren.
De vijf minuutjes worden er uiteindelijk vijftien. Dan moet hij weer gaan. Ik mag wel mee, zegt hij, maar het zal wel lastig worden, maar als ik écht heel graag mee zou willen, dan regelt hij het wel. “Nee, dank je, erg lief, maar ik blijf hier.” Waarom blijf ik? Ik snap het niet goed, maar iets in me zegt dat ik beter af ben, hier watertrappelend in de grote oceaan, uitzichtloos, kouder dan daarvoor en alles behalve uitgerust. Ik heb spijt. Spijt dat ik überhaupt op dat vlot ben gaan zitten. Ik sla mezelf voor mijn kop, terwijl hij wegvaart op zijn gammele vlot. Ineens zie ik heel duidelijk en helder hoe gammel dat vlot eigenlijk is. De balken zijn helemaal verrot en er hangen losse stukjes ducttape aan alle kanten met het enige restje lijm wat ze nog hebben. De spijt overspoelt me, en ik blijf mezelf afvragen waarom ik zó stom was om op dat vlot te klimmen. Hoe kon ik ooit denken dat ik daarvan zou uitrusten, hoe leek mij dat nou ooit een goed idee?! Stomkop! Ik word ook boos op hem. Dat hij niet gewoon met een stevig, degelijk vlot aankomt. Of nee, die boot! Waarom heeft hij potverdorie niet gewoon die mooie, stevige boot, waar hij het steeds over heeft? Hoe lang duurt het om zo'n ding te bouwen?! Dan zou ik het wel weten! Ik zou aan boord klimmen en we zouden samen naar het vaste land varen. Van mijn mooie stukjes hout zou iets prachtigs gemaakt worden, zodat zij ook niet zielig hier een beetje hoeven rond te dobberen en mij nog een beetje zin geven te blijven drijven. Maar nee, hij heeft een zielig, krakkemikkig vlotje. Eikel!
En toch ben ík de eikel. Hij kan het ook niet helpen, als hij daadwerkelijk een mooie stevige boot had kunnen bouwen, zou hij die heus wel hebben. Of niet? Ik begin te twijfelen. Misschien heeft hij wel een hele mooie boot, maar wil hij eerst zeker weten dat ik dat wel waard ben! Terwijl ik dat bedenk, begint het zonnetje toch weer een beetje te schijnen. En terwijl ik daar ronddobber, fantaseer ik over de dag dat hij langskomt met die mooie boot. En als hij een maand later weer op zijn vlot voorbijkomt, klim ik er toch weer op. In de hoop dat hij dan de volgende keer met zijn mooie boot komt. Want als ik nu weiger aan boord te klimmen van zijn vlotje, dan laat ik hem zien dat ik zijn boot niet waard ben. En daarbij is het ook echt heel onbeleefd om zijn aanbod af te slaan. Het is toch lief bedoelt? En bovendien heeft hij mij dat prachtige stukje hout gegeven.

*Mamaplaats faciliteert een open en voor iedereen toegankelijk social platform. Zij is niet verantwoordelijk voor inhoud en authenticiteit van posts. Algemene voorwaarden.

Tags: #Mama, #depressie

Login bij Mamaplaats
Login

Nog geen account bij Mamaplaats?
Registreren
profiel aanmaken

Ik heb al een account.
Ja, dat wil ik

Nee, dank je