{{ message.message }}
{{ button.text }}

"Oma, vertel nog eens over vroeger.."

Verhalen van oma, opgeschreven door mij.

Afbeelding blog '"Oma, vertel nog eens over vroeger.."'

Woensdag 7 november 2018

"Zo. Nu zijn we klaar omaatje. Gaan we lekker naar huis, naar onze Tippie toe." Oma lachte: "Ja dat verhaal Geun. Daar most Thijs nog altijd zó om lachen. Toen waren onze Pa en ik naar Valkenburg op vakantie. Naar Rinus en Jo, die vrallie waar van Dobbelsteen. Je weet wel van dat taxibedrijf. En dan gingen we daar logeren. Had Rinus 's mergens de tafel gedekt met bordjes zo. Nou, Geun. Dat was me toch een chagrijnig wijf. Zo. Zaag ze dat Rinus de tafel had gedekt, pakte ze zo nijdig die bordjes van de tafel af. Want da hoefde niet, want dat deen ze anders ook niet." Ik begon te lachen: "Heh? Werd ze daarom boos? Wat een onzin. Je kan toch gewoon een keer de tafel dekken. Wat maakt dat nou?" Oma haalde haar schouders op en schudde haar hoofd: "Ja, Geun. Dat weet ik ook niet. Maar echt dat was me een chagrijnig wijf. Nou en toen vroeg Rinus of onze Pa mee naar de film ging. Ja, dat wilde onze Pa wel. En ik geef daar hillemoal niks om. Dus die gingen samen. Ja, toen waren ze een beetje later thuis. Och, nou en die vrallie ging er op. Niet normaal. De volgende dag gingen we naar huis. En onze Pa zei: 'Nou, ik ben blij dat we naar huis gaan. Dan zie ik eindelijke onze Tippie weer.' Dat was de hond. Kunde nagaan hoe erg hij dat beest gemist had. En Thijs, elke keer als die op vakantie waren en terug kwamen. Die vond dat zo'n mooi verhaal. Dan zei die als ik kwam werken: 'Wat ben ik toch blij dat ik onze Branco weer zie.' Ja, daar heeft ie vaak smakelijk om gelachen."
Terwijl we door de polder reden, viel Rylonn in zijn autostoel langzaam in slaap. Toen vroeg ik oma nogmaals: “Maar oma? Hoe was dat dan vroeger bij jullie thuis? Ik bedoel. Tot wanneer ging je naar school dan?” Oma haalde haar schouders op. “Ja we gingen tot een jaar of twaalf naar school. Maar daarna mostte werken. Bij ons thuis hadden ze niet veel. En ons moet was altijd ziek.” Ik keek haar aan, in al die jaren dat ik met oma sprak. Praatte ze eigenlijk nooit over haar ouders. Dit was de eerste keer dat ik uit haar eigen mond hoorde dat haar moeder heel ziek was. “Maar wat had jullie mam dan?” Oma schudde: “Och die had van álles! En ja, dan was ik de klos. Dan moest ik thuis meehelpen met alles. En loater dan konde gaan werken, toen was ons moet weer wat beter. Want we waren met zoveel thuis, en die mostte dan zakgeld geven. Ja, en dat hadden ze niet. Dus dan konde gaan werken en dan mogde dat geld houden.” Dit verhaal had ik vast vaker gehoord. Maar het was pas dát moment dat ik besefte hoe zwaar oma het vroeger moet hebben gehad. “Maar wat deed je dan allemaal?” “Och, van álles! Ik ging eerst penen looien, en bieten of aardappels rapen. En lotter ging ik ook bessen en bramen plukken.” “Maar, je ging toen toch ook werken bij die mensen in Nijmegen?” “Bij meneer en mevrouw Arts? Ja daar heb ik een hele tijd in de kost gezeten.” Oma zuchtte. “Ja, daar had ik het altijd heel goed.” “En zag je die dan daarna nog weleens? Ik bedoel, toen je niet meer werkte daar?” Oma knikte driftig. “Ja natuurlijk! Toen onze Pa en ik samen trouwden. Kwamen ze ook, samen met hun dochter. En zo kwamen ze nog een paar keer toen we al samen in Batenburg woonden. Maar ach Geun. Die dingen veranderen. Ja, dat verandert allemaal.” “Je bedoelt dat het contact verwatert?” “Ja zo krijg je allemaal je eigen dingen. Maar een keer kwam meneer Arts op bezoek, die had een auto. En toen wilde hij weer naar huis gaan, maar zijn auto deed het niet meer! Toen had hij bij onze Pa en mij gegeten. Dat was echt heel gezellig.” Ze pauzeerde even en glimlachte. “Ja dat was echt heel gezellig. En toen daarna hebben ze zijn auto gemaakt en toen ging die weer op huis aan. In Nijmegen. Want daar woonden ze. Gelovig waren ze wel hoor. Och God wat waren die gelovig. Elke zondag naar de kerk.”
 “Och en inne keer. Toen was ik al 21 jaar. Dan ging ik doordeweeks bij meneer en mevrouw Arts in de kost. Om daar te helpen. En in het weekend kwaam ik dan zondags thuis. En toen was het voor het eurst dat ik mocht gaon stemmen. Ja, vroeger moestte gaan stemmen hé. Dat is nie zoals nu.” Ik knikte, mezelf beseffend dat de eeuw waarin oma leefde zó veel veranderingen waren gekomen. Maar ook zó véél progressie was geweest.
“Ja, en toen vroeg Evelien, die dochter van meneer en mevrouw Arts. Frieda, op wie ga jij stemmen? Ja, toen haalde ik mijn schouders maar op. Want ik had daar helemaal geen verstaand van. En toen zei Evelien, weetje Frieda. Dan moet je op meneer Den Uijl stemmen. Ja want dat was toen iemand die heel belangrijk was. Maar ja, wist ik veel. Dus ik op meneer Den Uijl gestemd. Och en toen kwam ik zondags thuis. Dus onze vat: ‘op wie hedde gestemd mijn kind’. Ja toen zei ik dat ik op Den Uijl had gestemd. Och mijn hemel. Nou dat heb ik geweten hoor. De hele zondag heb ik het aan motten horen. Want ik was Katholiek en waarom ik niet op het CDA had gestemd. Maar ja, achteraf. Moet je nou eens kijken. Wim Kok die is laatst overleden, en moet je toch eens kijken wat die allemaal voor de mensen betekende en heeft gedaan! Moet je eens kijken hoeveel mensen Partij van de Arbeid hebben gestemd en hoe goed dat is geweest. Ja, die hebben écht wat betekend voor ons hoor.”
“Maar oma? Hoe was dat dan vroeger? Ik bedoel. Móest je dan naar de kerk?” Ze lachte en sloeg met haar hand op haar schoot.
“Och onze moet, die was niet zo erg. Maar onze vat. Och keind”
“Moest je dan áltijd naar de kerk?” Oma knikte. “Maar natuurlijk! Elke zondag, ja dan gingen we.” Ze keek even naar buiten, fronsend. “Maar ik hield daar niet zo van. Maar ja, we moesten.”
“Maar Oma. Dan moest je toch ook altijd hele nette kleren aan? En helemaal schoon naar de kerk op zondag?” Oma knikte weer driftig. “Oh ja, ja we moesten dan heel netjes. In onze zondagskleren.” Ineens lacht ze hard, met een ondeugende blik op haar gezicht zei ze: “Maar een keer. Ja een keer. Toen was ik denk ik een jaar of zeven of acht. Toen had ik er weer geen zin in. Heb ik mezelf gewoon verstoppelt.” Ik begon hard te lachen, en oma lachte mee. Heel even zag ik een glimp van het jonge meisje dat zich ooit verstopte omdat ze geen zin had om naar de kerk te gaan. “Maar waar verstopte je jezelf dan oma?” Oma lachte weer: “Nou, dan was ik naar boven gegaan toen de kerkklokken begonnen te luiden. En toen had ik me eigen helemaal verstoppelt achter het bed. En toen bleef ik daar heel stil zitten. Totdat ik ongeveer hoorde dat de kerk afgelopen was, en toen ging ik naar beneden. En dan deen ik net alsof ik naar de kerk was geweest.” In mijn hoofd maakte ik een beeld van een kleine oma, die zichzelf verstopte achter het bed, en ik lachte nogmaals. “En kwamen ze daar dan niet achter oma?” “Och God nee keind. Die hebben dat nooit geweten.”

*Mamaplaats faciliteert een open en voor iedereen toegankelijk social platform. Zij is niet verantwoordelijk voor inhoud en authenticiteit van posts. Algemene voorwaarden.

Login bij Mamaplaats
Login

Nog geen account bij Mamaplaats?
Registreren
profiel aanmaken

Ik heb al een account.
Ja, dat wil ik

Nee, dank je