{{ message.message }}
{{ button.text }}

Mama, hou me vast. Niet in je hoofd, maar in je armen..

Vervolg op 'Daar ben je dan, maar waar ben ik?' Na een plots einde van mijn zwangerschap mag ik mij mama noemen. Ik weet niet wat ik voel.

Afbeelding blog 'Mama, hou me vast. Niet in je hoofd, maar in je armen..'

Mama, mama, een beladen woord

Zowel verdriet als liefde wordt gehoord

Niet een ieder kan het aan

De weg van mama in te gaan

Houden van doet zeer

Zoals mama was voor mama mama werd, wordt zij nooit meer..

13 November 2014. Je bent gister geboren. Te vroeg en met een weerzinwekkend snelle bevalling. Allemaal omdat ik, jouw mama, ziek werd en mijn lichaam niet meer onder controle had. Het maakte mij ziek, en er was een kans dat ik jou ziek maakte, maar dat zegt niemand. Dat weet een mama gewoon, dat voelt een mama gewoon. Daarom ben je nu al hier. Je lijkt sterk, ondanks wat er is gebeurd, ondanks het 'ruisje' bij je ademhaling, ondanks dat je niet wilt drinken en ondanks dat je na elk slokje dat je drinkt heel erg huilt, zegt de arts. Ik vind jou niet sterk. Integendeel. Ik zie iets aan je, hoor iets aan je, merk iets aan je. 

Je bent klein, stil en we horen je nauwelijks. Je ligt, je slaapt en we wekken je omdat je moet drinken. Daar denk jij anders over. Je bent niet zo happig op het drinken, drinkt een beetje en huilt dan hard. Je boert niet. Iets wat je wel zou moeten doen. 'Het is vast lucht wat maagpijn veroorzaakt', zegt de verpleegkundige. 'Daarom huilt hij. Het is belangrijk dat hij boert. Houd hem maar goed rechtop, klop maar op z'n rug.' En dat is wat we doen. We houden je rechtop, schuin, liggend. Je boert niet en huilt wel. Uiteindelijk val je in slaap, tot je volgende voeding. Tijdens je slaap hoor ik je ademen. Zo luid, zo onregelmatig. Niets om me zorgen over te maken, zeggen de artsen. Waarom doe ik dat dan toch? Slapen doe ik niet. Als ik mijn ogen dicht doe is er donker. Ben er bang voor. Nee, ik wil licht. 

We moeten een paar nachten blijven. Je moet in de gaten worden gehouden. Nog steeds hoeft je niet de couveuse in. Ondanks mijn opmerkingen over jouw ademen. 'Het is een sterk kereltje. Weinig kindjes die het zo goed doen met vijf weken te vroeg'. jubelt een andere verpleegkundige. Ik raak geprikkeld van de lakse reacties van het personeel dat hier om de haverklap rond loopt.

16 november 2014. We mogen naar huis. Ik wil wel en ook weer niet. Onderbuikgevoel. Angst. Het houdt me in z'n greep. We hebben nog een paar dagen kraamhulp kunnen regelen. Zij is er als we thuiskomen. Fijn, een toeziend oog. Ze is lief en gek op Je. Ze vindt je klein en schattig, zo lief en zoet. Stil, zo noem ik dat. Te stil, behalve je ademhaling dan en je slikken. Ze is heel de dag aanwezig en dan gaat ze weg. Nee! Niet weggaan. Laat ons niet alleen, wat als het niet goed gaat?

Ze gaat toch. Ik vlieg in paniek, huil ongecontroleerd, ben panisch.. Geheel overstuur. Ik schreeuw, gil, stamp op de grond en ijsbeer de kamer door. Klamp me vast aan jouw papa, schud hem door elkaar. Mijn hart maakt overuren, mijn hoofd toch wel. Ik laat je geen moment met rust, verlies je geen seconde uit het oog. Bij elke beweging, elk geluid schiet ik omhoog, ren ik naar je toe. Dan moet de nacht nog komen. Papa schreeuwt dat ik moet bedaren, dat ik wel gek lijk te worden. Maar papa snapt het niet, nog niet. Misschien ben ik wel gek. Is dat het? Kun je zomaar ineens 'gek' worden?

Je ligt naast me in je wiegje. Ik luister steeds of je nog ademt. Verbeeld ik het mij of lijkt je adem af en toe te stokken? Je pruttelt. Zou je al verkouden kunnen zijn? We moeten je steeds wakker maken voor voeding. Je vraagt er niet om en als je het aangeboden krijgt, toon je weinig interesse. Slapen wil je. Ik weet niet wat ik met je aan moet. Je bent zo klein en stil en het lijkt of je zo kunt breken. Mijn handen zijn niet groot, maar zo groot bij jou. Je bent zo kwetsbaar.

De volgende dag merkt ook de kraamhulp op dat je niet goed drinkt. Ze oppert dat misschien de flessenspeen te groot voor je is. Papa gaat op een drafje naar het dorp, op zoek naar andere spenen en geheel andere flessen. Het werkt niet. De slokjes die je neemt zijn minimaal. Geen flesje gaat leeg. Weer gaat papa naar het dorp, ook de volgende dag. We hebben alle merken nu in huis: Avent, Difrax, eigen merken, Dr. Brown en ga maar door. Geen enkele accepteer je echt. Ik houd je heel de dag bij me. Van de kraamhulp moet ik je ook boven laten slapen. Ik doe wat mij gezegd wordt, maar tel de seconden af dat ik naar je toe mag. Ik ben zo bang dat je ineens niet meer ademt, ineens een sterretje wordt. Mijn onderbuikgevoel maakt me misselijk, verdrietig en ik huil veel.

18 november 2014 De kraamhulp wil toch dat je drinkt. In overleg wordt Fingerfeeding besloten. Dit is een spuit met een slangetje wat jouw mondje in gaat. Door aan mijn of papa's vinger te zuigen krijg je door het slangetje voeding zodra wij in de spuit knijpen. Het lijkt wat te werken. Tegen beter weten in laat ik mij vertellen dat de hoeveelheid melk per voeding nu wat omhoog moet. Want, dit hoort nu eenmaal in zo'n eerste week. Mijn gevoel dat je dit nog niet trekt, probeer ik te negeren.     We geven je meer voeding met Fingerfeeding. Je adem stokt wanneer je drinkt. Je huilt, wat zeg ik; krijst, na elke voeding ontroostbaar. Niet even, maar lang en vooral als we je neerleggen. Je slikt je ongans en elke slok kost je moeite. 

19 november 2014 De kraamhulp is vandaag voor het laatst. Ze vertelt mij dat als mijn emotionele gevoel niet weggaat er misschien iets anders aan de hand kan zijn dan de zo uitgemolken 'baby blues'. Het gaat langs me heen. Heb wel wat anders aan mijn hoofd dan mijn eigen gevoel op dit moment. Elke dag sinds jij er bent huil ik. Puur, intens verdriet. En ik ben zo moe. Waar bemoeit ze zich eigenlijk mee? Haar taak zit er op. Op haar advies proberen we nogmaals een flessenspeen. Je lijkt zowaar de kleinste Difraxspeen te accepteren en drinkt iets. Het valt me op dat je ademhaling bijna lijkt weg te vallen tijdens het drinken. Je lijkt niet te kunnen drinken en ademen, de afwisseling lijkt niet in jouw systeem te zitten. Je verslikt je voortdurend. Boeren doe je niet. Inmiddels ben je afgevallen. In kleertjes maat 44-46 blijft er dan helemaal weinig over. Je hoort aan te komen, 'maar dat komt vanzelf' wordt ons van alle kanten aangegooid. Vanzelf?! 'Er gaat in het leven niet veel vanzelf!' gil ik als ze weg is. 'Behalve dat mijn lichaam mij 'vanzelf' in de steek heeft gelaten en ervoor heeft gezorgd dat mijn kindje er nu al is!' Mijn schuld, mijn schuld, mijn schuld. Het dramt voortdurend door mijn hoofd. Als een sneltrein zonder rem. Oh ik kan mezelf wel vervloeken! Door mijn toedoen heb jij nu problemen. Mijn schuld, mijn schuld, mijn schuld. Als ik meer rust had gehouden, minder gek had gedaan, als als als... Jouw papa wordt er gek van. Hij zegt dat het mijn schuld niet is. Ik ben boos op jouw papa, want natuurlijk is het mijn schuld! Ik heb jou toch gedragen en op de wereld gezet? En die zorgen om jou... Ik kan er nu al niet mee omgaan. Er is iets met je en niemand, behalve jouw papa, neemt me serieus. Daar ben ik ook boos om. Of liever gezegd; intens teleurgesteld. Help ons nou! Het huilt in mijn hoofd.

Midden in de nacht horen we jou je steeds verslikken en rennen om de haverklap naar je wiegje, trekken je er uit en kloppen op je rug, net zolang tot je weer gewoon ademt. Het is zenuwslopend en we durven nauwelijks te slapen. Waarom nu net wanneer de kraamhulp er niet meer is?!

20 november 2014. We zitten op jouw toekomstige kamer en je drinkt een flesje. Je neemt voor het eerst een paar slokjes achter elkaar. Ik schrik wanneer je je steeds verslikt en ik je op je rug moet kloppen. Je hoest, proest. Gelukkig. Bij elke fles lijkt het verslikken erger te worden. Het kost je zoveel energie dat je vaak al in slaap valt tijdens het voeden. Je verslikt je ook steeds na de voeding en raakt steeds minder snel weer op adem. We houden je veel rechtop met drinken, dit zegt onze intuïtie. Het helpt niets, je verslikt je steeds. We geven je kleine slokjes en stoppen steeds even. Je blijft je verslikken. We maken ons zorgen. 

Ook vannacht verslik je je steeds of stokt je adem even. Ik zit heel de nacht naast je bed, durf niet te slapen. De angst om je te verliezen is immens en mijn hart klopt bijna uit mijn borstkas. Mijn hoofd doet zeer van het gepieker en ik huil alweer. Je slikt veel. Het is papa's beurt voor het flesje. Lekker knus in bed. Je drinkt wat, lijkt wat trek te hebben. We knuffelen met je. Je kleine lijfje op dat van papa, huid op huid. Ik wil dat ook, maar doe het niet. Durf het niet en weet niet zo goed wat ik ermee moet, dus doe ik het niet. Baal van mezelf. Waar is die rationele Esther? Die wel wist wat ze wilde. Die dat altijd heel goed kenbaar kon maken. Ze is weg. En weer ben ik boos. Op mezelf, op mijn lijf. Ik streel je. Je slaapt alweer. Je flesje is nog niet leeg, maar je hebt wat gedronken. Je bent versleten en we stoppen je weer lekker in. Je slaapt. Ik kijk heel lang naar je. Papa zegt dat ik moet gaan slapen. Ik wil niet slapen. Als ik slaap dan droom ik. Droom ik over alles wat er is gebeurd. Lig ik weer alleen in dat kamertje. Piept er van alles. Het geluid zit in mijn hoofd. Het beeld van jouw knipperende lijntjes ook. Het is eng. Heel eng. Ik wil niet naar dat kamertje. Nee, zolang ik mijn ogen open heb ben ik hier, waar jij nu ook bent. Ik wil niet alleen zijn, nooit meer. 

Midden in de nacht van 20 op 21 november 2014 schrikken papa en ik wakker van een naar geluid uit je wiegje. We tillen je razendsnel op en dan laat je zien dat je het toch echt niet trekt. Je vecht, maar het lukt je niet alleen. Je spuugt en spuugt en spuugt. Door je mond, je neus. In het bed, over het bed, ernaast en over ons. Je stikt bijna in je eigen spuug en we houden je schuin zodat het niet in je keel terug kan zakken. Je bent zo slap als een pop, zo bleek, zo wit. Ik vind je eng. Durf je niet vast te houden. Papa houdt je stevig vast. 

Papa belt radeloos de verloskundige omdat het de eerste is die in hem opkomt. Ze hoort zijn radeloosheid en staat binnen 10 minuten op de stoep. Ze observeert de situatie en hoort ons verhaal. Naar het ziekenhuis, nu. Ze belt ons door. Gaan, nu. 'Ja ze rijden zelf, dan zijn ze er sneller.' zegt ze tegen de vrouw aan de lijn. Mijn hart gaat te keer. We laten de boel de boel en stappen in de auto, vroeg in de ochtend. Jij hebt medische zorg nodig. Hard ook. Je had het op je eerste dag al moeten hebben! Gilt het in mijn hoofd. Je bent simpelweg sterker ingeschat dan je bent. Mama is hier. Mama, mama, mama... En ik?

*Mamaplaats faciliteert een open en voor iedereen toegankelijk social platform. Zij is niet verantwoordelijk voor inhoud en authenticiteit van posts. Algemene voorwaarden.

Tags: #Mama

Login bij Mamaplaats
Login

Nog geen account bij Mamaplaats?
Registreren
profiel aanmaken

Ik heb al een account.
Ja, dat wil ik

Nee, dank je