{{ message.message }}
{{ button.text }}

Ik heb brandwonden

Dit is mijn verhaal...

Afbeelding blog 'Ik heb brandwonden' Achtergrond blur afbeelding

Ik wilde deze blog al heel lang schrijven. Maar ik wist nooit wanneer. Het is nu ‪zondagochtend‬ en ik krijg ineens een hele sterke drang dat ik dit verhaal nú moet vertellen. Ik weet niet waarom en ik schrijf dit met trillende handen en een kloppend hart. Ik kan er heel makkelijk over praten, maar het opschrijven vind ik echt eng. Met schrijven voelt het alsof ik me helemaal bloot geef.

Het was 17 mei 2016. Senn was 3 maanden oud en het was lekker weer. We hadden een relaxte dag gehad en hadden hem denk ik rond een uur of 7/8 ’s avonds op bed gelegd. We keken uit naar een gezellige avond met vrienden. Stefan zijn nichtje (één van mijn beste vriendinnen) en haar vriend zouden langskomen voor een spelletjesavond. Ze zouden volgens mij rond 8 uur komen, maar het liep allemaal erg uit met het werk. Stefan en ik waren een beetje in de tuin aan het rommelen. Stefan had net een nieuwe buitenhaard gekocht. Hij wilde het vuur weer aan wakkeren omdat aan het uitdoven was. Ik besloot op dat moment de fiets die wij net van mijn zus hadden overgenomen in de schuur te zetten. En toen gebeurde het. Stefan gebruikte bio-ethanol om de haard aan te steken. En ineens zag ik een enorme vuurbom door de lucht schieten. Vanaf toen ging alles heel snel en langzaam tegelijk. Ik draaide mij om en zag mijzelf in het raam van de tuindeur. Het vuur was in de fles terug gesprongen en was op mij beland. Ik zag dat ik van top tot teen in de brand stond. Ik heb staan gillen. Heel de buurt heeft het volgens mij gehoord, want allebei de buren naast ons zijn direct naar ons toegerend, terwijl ze niet eens wisten wat er was. Maar ze hoorde aan mijn gil dat het niet goed was, dat er paniek was. Stefan rende naar mij toe en stond ook te gillen. Ik heb hem nog nooit zó gezien. Hij is denk ik de meest relaxte persoon op aarde en in panieksituaties kan hij heel goed kalm blijven. Maar wat ik nu bij hem zag was doodsangst. ‘Clau, neee, nee!’ hoorde ik hem roepen met tranen in zijn ogen. En ik dacht ‘dit was het dan’. Ik was er zó zeker van dat ik óf dood zou gaan óf de rest van mijn leven zwaar verminkt zou zijn. Ik was er op dat moment gewoon over aan het nadenken of ik wel verder wilde leven als ik zwaar verminkt door het leven zou moeten gaan. Kan het dan maar niet beter afgelopen zijn? Stefan heeft het vuur van mij af proberen te slaan. Ik snapte eerst niet wat hij deed. Waarom pakte hij de tuinslang niet? Maar ik vertrouwde hem. Hij moest snel zijn. Achteraf heeft hij mij verteld dat hij daarom de tuinslang niet heeft gepakt. Als hij die eerst nog moest pakken en aanzetten was er al een lange tijd overheen gegaan. Dus hij heeft het vuur uitgeslagen. Met zijn handen. En hij heeft het uitgekregen, want ik zit hier nog steeds en ik kan dit verhaal na vertellen. Verslagen zijn we naar binnen gegaan. Ik rook een sterk verbrande lucht. Een lucht die ik tot op de dag van vandaag niet meer zal vergeten. Ja, in mijn leven heb ik deze lucht vaker geroken, maar die lucht is vanaf dat moment voor mij voor altijd veranderd. Hij zal voor altijd een andere betekenis voor mij hebben.

Daar stonden we dan. We keken elkaar angstig aan. Het eerste wat Stefan zei was ‘je haar!’. En ik dacht alleen maar na. In een soort overlevingsmodus. Ik had ooit een BHV-cursus gehad en ik wist me te herinneren dat als je niks voelde van je brandwonden, dat geen goed teken was. En ik voelde niks! En ik wist zeker dat die brandwonden daar zaten, ik durfde alleen niet te kijken. Bang voor wat ik in de spiegel zou zien. ‘BEL 112’ riep ik. De buren stonden inmiddels ook bij ons in de woonkamer. Hoe ze binnen zijn gekomen weten Stefan en ik niet meer. Stefan staat hem bij dat er één buurman over het hek is geklommen. ‘Je moet nu onder de douche’ zei één buurvrouw. Ja, ik moest onder de douche. Met lauw water en mijn kleren aan, dat wist ik nog. Onder begeleiding van de buren ben ik naar boven gebracht en onder de douche begon het. De pijn. Gelukkig maar dat ik iets voelde, dacht ik. Maar ik was nog steeds bang. Het vuur was bij mijn keel gekomen. Ik proefde de rook nog in mijn mond en mijn neusharen waren verschroeid. Als ik teveel rook had binnen gekregen, zou het ook zomaar alsnóg afgelopen kunnen zijn toch? Wist ik mij ook weer te herinneren van die cursus. Terwijl de pijn erger werd stond er een ambulance-zuster voor mij. Zij vertelde mij dat er ook een traumahelikopter was geland, aangezien het risico er was dat er teveel rook in mijn luchtwegen was gekomen of die waren beschadigd en dat ze in dat geval snel moesten handelen. Ze gaf me morfine geloof ik en vroeg me hoe de pijn was. Maar het was ondragelijk. Na de dosis een aantal keer omhoog te hebben gegooid werd het nog steeds niet beter. Gelukkig was er, wonder boven wonder, niks met mijn luchtwegen. In de ambulance kreeg ik in overleg Ketamine toegediend. En waar al voor was gewaarschuwd gebeurde ook. Ik dacht dat iedereen om mij heen loog en mij niet vertelde dat ik eigenlijk aan het doodgaan was. ‘Zeg het maar gewoon, ik ga dood toch?!’. Van Ketamine word je angstig en raak je alle grip op de realiteit kwijt. Als ik mijn ogen open had zag ik rare dingen dus ik heb ze dicht gehouden. Maar de pijn was even weg en de rit naar het ziekenhuis duurde voor mijn gevoel maar 3 seconden. Stefan had mijn ouders gebeld. Mijn zusje woonde toen nog thuis. Het was denk ik het moeilijkste telefoontje dat Stefan ooit heeft moeten plegen. Hoe vertel je in godsnaam dat hun dochter een brandongeluk heeft gehad, dat het ernstig is en dat het misschien wel eens heel slecht kan aflopen?

Eenmaal in het ziekenhuis aangekomen zag ik mijn moeder direct naast het brandcard staan. Ze waren tegelijk met de ambulance gearriveerd in het ziekenhuis. De pijn nam in het ziekenhuis helaas weer toe, want de Ketamine was aan het uitwerken. Ze moesten de vellen en de kleren die verbrand in mijn huid zaten er af trekken en dit was een vreselijke pijn. Ik vroeg of ik alsjeblieft nog een keer die Ketamine mocht, maar dat kon natuurlijk niet. Ik kreeg andere heftige medicatie en kreeg een bed in een kamer. Waar ik nog wel een tijdje moest verblijven. En zo begon mijn nieuwe leven. Daar zaten we dan. In een kamer in het Brandwondencentrum in Rotterdam. Stefan, mijn ouders, mijn zus en ik. Verslagen, allemaal angstig voor wat nog komen ging, maar dankbaar dat ik het had overleefd.

 

Wordt vervolgd.

*Mamaplaats faciliteert een open en voor iedereen toegankelijk social platform. Zij is niet verantwoordelijk voor inhoud en authenticiteit van posts. Algemene voorwaarden.

Login bij Mamaplaats
Login

Nog geen account bij Mamaplaats?
Registreren
profiel aanmaken

Ik heb al een account.
Ja, dat wil ik

Nee, dank je