{{ message.message }}
{{ button.text }}

Een jaar geleden krabbelde ik weer op...

Vorige week moest ik er ineens aan denken, een blog dat ik schreef op 12 september 2014, maar nooit publiceerde.

Afbeelding blog 'Een jaar geleden krabbelde ik weer op...' Achtergrond blur afbeelding

Toen ik op 12 september 2014 deze tekst schreef, was alles nog veel te vers. Ik schreef met trillende handen, maar moest van mezelf. Omdat al het gebeurde niet te vergeten, hoe moeilijk dat ook is...

Het begon met een flinke ruzie. Ik had het flink verknalt met een aantal regel zaken. Natuurlijk kwam dit onderwerp regelmatig terug in ruzies. Toen er weer een tirade op me af kwam liet ik het over me heen komen, ik kon wel janken maar het lukte niet. Mijn emoties waren totaal geblokkeerd. Op een gegeven moment riep ik uit: “joh wie zit er nu op mij te wachten, wie heb ik dan, behalve jou en E?” Natuurlijk een loze kreet, want ik heb genoeg mensen om me heen. Maar het voelde alsof ik helemaal alleen was. Ik kon ook voor het eerst verwoorden dat het voelde alsof ik er niet was. Het is moeilijk uit te leggen in woorden. Ik wist wel dat ik lichamelijk aanwezig was, maar het voelde alsof ik er zelf niet was. Mijn man maakte zich ongerust en zei, ga alsjeblieft naar de dokter. Koppig als ik ben, deed ik dat natuurlijk niet. Ik dacht, “dit gaat wel weer over.”

De volgende dag was ik alleen thuis met E, mijn man was de deur nog niet uit of een gevoel van paniek overviel me. Ijsberend met E op mijn arm rekende ik uit hoelang het zou duren voordat hij thuis was. “Dat red ik niet” dacht ik. Hoe moet het nu als E gaat huilen, een flesje moet of een schone luier. Ik was totaal in paniek en was letterlijk instaat om 112 te bellen. Het relativerend vermogen wat nog restte liet me besluiten toch mijn moeder maar te bellen. Ze kwam en nam even alles over. Ik probeerde te slapen maar was al snel weer beneden. Ik kon geen rust vinden. Na het eten ging ze weer en ik heb gewacht tot mijn man thuis kwam. E lag inmiddels te slapen, maar wel beneden. De energie om haar op bed te leggen had ik niet meer. Toch maar naar de dokter dan, want dit is niet normaal. De dokter schreef me angstremmers voor. Als ik een paniek aanval kreeg mocht ik ze innemen.

Ik toog vol goede moed weer naar mijn werk. Hoe langer de dag duurde hoe erger de angst weer toesloeg. Ik kon niet meer functioneren. Bij elke klant dacht ik dat ik zijn of haar hersens wel in kon slaan. Het overzicht was ik ook kwijt. “Was ik nu dit aan het doen? Waar was ik ook alweer gebleven?”. Ik liet mijn collega weten over mijn toeren te zijn, ik had al een pil ingenomen maar die paniek aanval ging er dwars doorheen. Ze zei “ga maar rustig verder.” Ik heb met trillende handen mijn werkdag afgerond en ben naar huis gefietst. Het was inmiddels donker. De route die ik al zo vaak had gefietst beangstigde me ineens, “rijd ik wel goed? straks ben ik verdwaald, en dan?” Ik heb mijn man gebeld en tot aan huis aan de lijn gehad. Dat gaf me rust, dat ik wist dat er iemand was die wist waar ik was, mocht het mis gaan.

Voor de tweede maal zat ik bij de huisarts. Die toch echt wel zag dat het niet goed ging. Hij beloofde me zo snel mogelijk een afspraak voor me te maken bij een psycholoog. Hij zei ook dat het maar beter was om thuis te blijven. En zoveel mogelijk taken over te dragen aan anderen. Mijn man zorgde dat hij zoveel mogelijk thuis was en ik moest mijn rust nemen.

Wat ik voelde in de periode die ik beschrijf kan ik het beste beeldend uit leggen. Ken je die (teken)films, waarbij je zo'n drukmeter in beeld ziet. En die dan steeds verder in het rood komt, totdat er een vakje komt met overload of iets dergelijks? Meestal gaat er dan iets ontploffen en moeten ze heel snel de druk verminderen of weg wezen. Bij mij voelde het alsof dat metertje constant in het rode vakje stond en af en toe het overload vakje bereikte. Net bij het het randje. Ik stond constant onder druk en kon daardoor alles wat binnen kwam niet meer verwerken. Ik was bang om in het overload vakje te komen en de controle te verliezen. Elke prikkel was eigenlijk teveel. Een luier verschoonde ik zelfs met trillende handen. Als ik 's avonds in bed ging liggen hoorde ik een piep in mijn oren, niet van al het geluid dat ik die dag had gehoord, maar alle prikkels die waren binnen gekomen. Door die druk kon ik niet meer normaal structuren in mijn hoofd. Ik kon me niet bedenken wat het meest urgent was. De vaatwasser, een flesje maken, luier verschonen of lunchen. En dan deed ik maar niks. Ik wachtte tot de dag voorbij ging. Natuurlijk verzorgde ik E wel, maar verder kon ik niks. Ik at niet, ik speelde niet met E. Ik kon het gewoon niet opbrengen. Zelfs een liedje zingen was al teveel gevraagd.

Als ik naar E keek dan dacht ik wie ben jij? Ben jij van mij? Ik zei hardop tegen haar “ik hou van je” omdat ik wist dat het zo was, maar ik voelde het niet. Door het hardop te zeggen hoopte ik dat zij het in ieder geval wel zou voelen. Dat ik haar niet tekort deed. Maar natuurlijk deed ik haar tekort. Ik kon haar er niet bij hebben. Bij elk huiltje dacht ik “houd je mond!” en als het langer aanhield wilde ik haar het liefst buiten leggen of in de badkamer. Dan hoefde ik haar niet te horen en kon ik weer even denken. Natuurlijk deed ik dat niet. Maar het spookte door mijn hoofd.

Gelukkig kwam er na het doktersbezoek hulp ingevlogen. Vooral van mijn man maar ook van vrienden. Zij kookte of speelde juist met E. Tijdens deze periode realiseerde ik me dat ik mezelf niet meer aan durfde te kijken in de spiegel. Mijn lichaam was prima, maar mijn gezicht had ik al een hele tijd niet meer in de spiegel gezien. Het was omdat ik iets moest bekijken in de spiegel, ik weet het niet meer, een puistje of mijn wenkbauwen. In ieder geval, toen ik mezelf zag schrok ik en sloeg mijn ogen neer. Ik wilde mezelf niet zien.

Dag na dag ging het met kleine stapjes vooruit. Ik had minimale paniek aanvallen en ik begon weer een beetje overzicht te krijgen in de taken die ik moest doen om E de dag door te helpen. E begon met vaste voeding. Ze was al een tijdje begonnen, maar door de hele heisa was het er vaak bij in geschoten. Ik bedacht een schema voor E. En zo kwam ik mijn dag door. Ik leefde van voeding, naar slaapje, naar voeding. Zo gingen de dagen voorbij totdat ik langzaam weer kon denken. Nog steeds was het huishouden een drama en stond steevast de hele vaat nog niet in de vaatwasser als mijn man thuis kwam. Maar ik was wel trots. Ik kon mijn dag doorkomen, zonder hulp!

Ik denk dat het 2 weken terug was dat mijn man thuis kwam en dat de vaat in de vaatwasser stond. Hij zei: “wow, je hebt de vaat opgruimd!” In eerste instantie dacht ik: “ja, natuurlijk heb ik dat gedaan!” Maar daarna voelde het toch wel als een overwinning. En vorige week realiseerde ik me dat ik met plezier stond te koken. En dat ik ook echt zin had in iets gezonds en iets lekkers. Ik was zo blij, niet meer eten omdat je nu eenmaal moet eten om te leven, maar omdat ik er zin in had.

En E, och wat geniet ik van haar! Haar lachjes, spelletjes, haar gebrabbel. Ik voel zoveel liefde voor haar. Ook als ze huilt. Dan knuffel ik haar tot ze weer lacht. Ik kan me geen leven zonder haar voorstellen. Dus ze mag lekker binnen blijven zodat we veel kunnen knuffelen en liedjes zingen.

Vandaag ben ik weer voor het eerst gaan werken. Het was heel erg wennen en ik had knallende koppijn aan het einde van die drie uurtjes. Maar het begin is er. Net als met de rest, zal ik met kleine stapjes weer helemaal in mijn oude ritme komen. Fijn om weer bijna mezelf te zijn.

(foto van september 2014)

*Mamaplaats faciliteert een open en voor iedereen toegankelijk social platform. Zij is niet verantwoordelijk voor inhoud en authenticiteit van posts. Algemene voorwaarden.

Login bij Mamaplaats
Login

Nog geen account bij Mamaplaats?
Registreren
profiel aanmaken

Ik heb al een account.
Ja, dat wil ik

Nee, dank je