{{ message.message }}
{{ button.text }}

Mijn bevalling; verwachtingen bijstellen

Mijn idee van een bevalling was heel vastomlijnd: geen pijnstilling en lekker een thuisbevalling. O, wat liep dat anders!

Afbeelding blog 'Mijn bevalling; verwachtingen bijstellen  '

‘Nou, volgens mij hebben we alles gedaan, dus de baby kan morgen komen.’ zei ik met exact 38 weken zwangerschap tegen mijn man.

De volgende ochtend werd ik wakker omdat ik dringend moest plassen –dacht ik-. Op het moment dat ik naast het bed stapte, kletterde er een flinke hoeveelheid vocht op de grond. Lekker nuchter kon ik op dat moment constateren dat bevalling kennelijk was begonnen of in ieder geval dat er binnen 48 uur wel één en ander in gang gezet moest worden.

Omdat we op dat moment eveneens leiding waren van een kamp, moesten we eerst onze collega’s wakker maken om te vertellen dat we toch maar naar huis zouden gaan, gezien de huidige stand van zaken.

Het vervelende aan het breken van de vliezen, nog voor je daadwerkelijk weeën hebt, is dat je niet weet hoe lang het gaat duren (nouja, dat weet je anders ook niet, maar dat terzijde).

Eenmaal thuisgekomen belden we de verloskundige op zodat ze kon komen checken of de baby nog goed lag en al was ingedaald. De week daarvoor hadden we haar namelijk laten draaien omdat ze in een perfecte stuit lag. Die versie, zoals een draaiing door de gyneacologen wordt genoemd, was volledig pijnloos en binnen 3 minuten achter de rug.

De kleine meid bleek te zijn ingedaald, dus dat zat allemaal wel goed.

Om ons getweeën samenzijn af te sluiten, leek het me leuk om gaan shoppen. Zo aan het eind van het shoppen merkte ik dat ik wat kramp begon te krijgen. Dat leek het begin van weeën te zijn. Tot ongeveer 8 uur ’s avonds had ik het idee dat dit allemaal wel prima te doen was. Daarna begon de pijn toch wel behoorlijk vervelend te worden. Om 9 uur belden we de verloskundige, die ons meedeelde dat de tijd tussen de weeën nog lang niet voldoende was om langs te komen. Bovendien was zij zelf ergens anders bezig. Rond half 10 hebben we nogmaals gebeld en werd iemand van elders opgeroepen. Deze verloskundige mat 6 centimeter.

Ik verging van de pijn, maar ik wilde ook thuis bevallen. Iedere keer als ik een wee had dacht ik: ‘ik wil pijnstilling!’ en op het moment dat de wee even weg was dacht ik: ‘O, ik kan het wel zonder’. Ik wist dat de beste keuze was om naar het ziekenhuis te gaan. Voordat in het ziekenhuis alle apparatuur e.d. was aangesloten en alles functioneerde, werd er al 10 centimeter ontsluiting gemeten. Mijn eigen verloskundige kwam inmiddels om de hoek kijken en de invaller vertrok met de woorden: ‘het zal niet zo lang meer duren’.

Positief, met het idee dat het misschien nog maar één uur zou duren, ging ik de volgende fase in.

Uiteindelijk duurde dit zo’n drie uur. Een lange tijd persen, waarbij ze de verloskundige wel het hoofdje kon voelen, maar waarbij er geen kind uitkwam. Na een uurtje hield zij het dan ook voor gezien en liet me opschalen. Volgens mij was ik toen trouwens al zo ver heen dat het me, bijna spreekwoordelijk gezegd, niet meer interesseerde of ik in een verloskamer of een vol voetbalstadion lag.

Na zo’n 1,5 uur vielen de weeën weg en werd ik aan de wee-opwekkers gelegd. Helaas leek ook dat de kleine meid niet aan te moedigen om eruit te komen. Weer 5 kwartier later kwam een gyneacoloog (letterlijk) een kijkje nemen. Ze voelde twee oogjes aan de bovenkant. Dit hoort dus bij een sterrenkijkertje.

‘We gaan een keizersnede doen, want dit gaat ‘m niet worden.’, was de boodschap. Ik was ontzettend blij! Tot het hoofd van de afdeling (jaja, er stonden inmiddels zeker 6-7 mensen) zich ook bij ons voegde en stelde dat we het toch nog maar met een vacuümpomp gingen proberen. ‘Nee, dat meen je niet – dacht ik ergens diep vanbinnen. En hoezo we?’

Met wat hulp van buiten lukte het wel om de kleine meid naar buiten te krijgen! Inderdaad was ze er binnen het kwartier, ruim drie uur na het beginnen met persen. Hoe gek het ook klinkt, ik dacht echt aan het eind dat ze er niet meer uit zou komen en ik was dan ook bijzonder verbaasd dat dit wel was gebeurd. Ze had een enorme toeter op haar hoofd van de pomp, maar leek verder in uitstekende gezondheid te verkeren.

Na ongeveer 10-15 minuten werd ik naar de OK gebracht om gehecht te worden. Mijn man bleef met ons kleine meisje achter, ik kreeg een ruggenprik en na ongeveer 1 uur zag ik de kleine weer. Ze had al lekker gegeten. Kennelijk was er heel veel vruchtwater verloren gegaan, want de kleine had een enorme honger en had een behoorlijk cupje leeggedronken.

Ik kan haar natuurlijk ook als smulpaap zien, want ze verloor maar 50 gram van haar geboortegewicht en op dag drie zat ze daar al boven.

Hopelijk heeft u dit verhaal met zo nu en dan een lach kunnen lezen. Dat was in ieder geval mijn insteek. Er zijn nog twee dingetjes. Twee dingen die mij nog steeds dwarszitten.

1. Waarom voelde ik de eerste zes tot tien weken niets voor mijn meisje? (Behalve misschien verantwoordelijkheid.) De eerste dag hadden ze mij ieder willekeurig kind kunnen geven en mij wijs kunnen maken dat het de mijne was. Ze hadden haar ook mee kunnen nemen, zonder dat ik dat erg gevonden zou hebben. Dit zorgde ervoor dat ik me –nu nog steeds-heel schuldig voel. Schuldig, omdat ik kennelijk niet direct zulke warme gevoelens voor haar had.

2. Als iemand pijnstilling krijgt tijdens de bevalling, vind ik dat een prima keuze. Heerlijk! Waarom voel ik mijzelf dan schuldig? Waarom vind ik dat ik mijzelf heb teleurgesteld dat ik pijnstilling wilde? Hoe kom ik aan zo’n rare kronkel.

P.S. Tijdens mijn zwangerschap heb ik altijd geroepen dat mijn kind rood haar krijgt, want ze lag in een stuit. Na de bevalling bleek inderdaad dat de haartjes die ze had –dat waren er wel niet zoveel, maar toch-rood waren!

*Mamaplaats faciliteert een open en voor iedereen toegankelijk social platform. Zij is niet verantwoordelijk voor inhoud en authenticiteit van posts. Algemene voorwaarden.

Login bij Mamaplaats
Login

Nog geen account bij Mamaplaats?
Registreren
profiel aanmaken

Ik heb al een account.
Ja, dat wil ik

Nee, dank je