{{ message.message }}
{{ button.text }}

Iedereen kan borstvoeding geven?

Ik blijkbaar niet....

Afbeelding blog 'Iedereen kan borstvoeding geven? ' Achtergrond blur afbeelding

Toen ik in groep 8 zat begonnen er bij veel vriendinnetjes borsten te komen. Ik vond dat allemaal super interessant en kon niet wachten tot het bij mij zou beginnen. Ondertussen zijn we 15 jaar verder en ben ik nog aan het wachten. Ik heb wel borsten maar ze zijn heel erg klein, een A cup, meer is het niet geworden. Ik heb hier ontzettend last van en altijd als ik in de spiegel kijk doet dit pijn. Ik vind ze lelijk en krijg paniek aanvallen als ik in een lingeriewinkels ben. We kunnen wel zeggen dat ik een soort trauma heb als het gaat over mijn borsten. Als 15 jarig meisje ben ik zelfs naar de kinderarts geweest om te kijken of er misschien lichamelijk iets mis was. Na wat onderzoek kreeg ik te horen dat ik inderdaad wat “kleinere” borsten had maar dat ik wel melkklieren had en als ik in de toekomst borstvoeding zou willen geven ik er beter niks aan kon doen.

Dit gegeven zorgen ervoor dat ik mijn borsten toch een beetje kon accepteren. Ik wilde niets liever dan moeder worden en borstvoeding geven was een grote wens van mij. Zo zouden die ondingen toch nog van pas komen.

Toen ik zwanger raakte van ons dochtertje, ging ik ook vol goede moed naar de voorlichtingsavond. Ik had me goed ingelezen en er lagen al zoogcompressen en voedingsbh’s klaar. Ik was vastbesloten om borstvoeding te geven.

Tijdens deze avonden leer je hoe belangrijk borstvoeding is voor je baby. (Het is immers de beste voeding voor je kind en welke moeder wil nou niet het beste voor haar kind.) Dat sommige vrouwen iets meer moeite moeten doen om het op gang te laten komen dan andere vrouwen is een feit. Maar zo werd er gezegd: “Elke vrouw kan borstvoeding geven. Slechts 2 procent van de vrouwen heeft te weinig melkklieren maar dat is zo zeldzaam. Deze vrouwen hebben van zichzelf al kleinere borsten en die zijn niet of nauwelijks veranderd tijden de zwangerschap. Maak je niet druk de kans dat er iemand in deze groep zit die dat heeft is klein.” Toen ze dat zei wist ik zeker dat ik bij die 2 procent zou horen. Mijn borsten waren tijdens de zwangerschap een klein beetje veranderd. Ze kregen een beetje een vreemde vorm, mijn man en ik maakte er veel grapjes over omdat ze er zo gek uitzagen. Ook had ik nog helemaal geen “lekkende” borsten gehad. Maarja wat niet is kan nog komen dacht ik altijd. Maar na wat de lactatiekundige had gezegd wist ik dat het wel eens heel moeilijk kon gaan worden.

In de auto terug naar huis sprak ik mijn zorgen uit bij mijn man. Hij reageerde zoals veel mannen dit doen, ik moest me niet druk maken, ik zou echt niet bij de 2 procent horen.

Het zijn je hormonen, die zorgen ervoor dat je beren op de weg ziet.

Maar ik wist diep van binnen dat dit een hele grote teleurstelling zou gaan worden.

Op 25 november werd na een relaxte thuisbevalling, ons mooie meisje geboren. Al snel na de geboorte deden we een poging tot aanleggen. Echt lekker ging dit nog niet, maar we moesten allebei wennen. Het zou helemaal goed komen volgens de kraamhulp.

Helaas moest ik naar het ziekenhuis om gehecht te worden. Hier deden we weer een poging tot aanleggen. Het voelde een beetje vreemd maar ze maakte slikgeluiden dus misschien kwam het toch nog goed.

De eerste nacht met onze dochter was een ramp. Ze huilde de hele tijd met een Neh-klank wat inhoud dat ze honger had. Tevergeefs deed ik een poging om haar rustig te krijgen en aan de borst te leggen. Zodra ze mijn tepel zag begon ze nog harder te gillen waardoor aanleggen geen doen was. De volgende dag beek dat ze 7 procent van haar geboortegewicht was afgevallen. Dit vond ik te veel dus heb ik gekozen om te gaan kolven in combinatie met bijvoeding. Mijn dagen bestonden uit: Aanleggen, bijvoeden en 15 min kolven en dit elke drie uur. Het kolven leverde zoveel frustratie op. Elke keer kwam ik niet verder dan 10 cc op twee borsten. Ook het aanleggen was een strijd. Zodra mijn borst bij onze dochter in de buurt kwam zette ze het op een gillen en was het een strijd om haar goed aan de borst te krijgen. Toch bleef ik doorzetten, mijn kraamhulp had er nog steeds vertrouwen in. Het had gewoon iets meer tijd nodig allemaal. Na vier dagen kreeg ik een andere kraamhulp, dit meisje zag hoe onze dochter zich aan de borst gedroeg en zag ik erg veel last had van het feit dat het niet op gang kwam. Op haar advies hebben we een lactatiekundige gebeld. Deze kon meteen langs komen. Nadat ze mijn verhaal had aangehoord en onze dochter had onderzocht kon ze er niet meer omheen. Ze vertelde me dat de kans dat het op gang zou komen heel erg klein was, de vorm van mijn borsten en het gebrek aan melkproductie waren tekenen van te weinig melkklieren. Ik mocht natuurlijk op deze manier doorgaan maar haar blik zei genoeg. Dit was een gelopen race. Achteraf bleek ze ook naar mijn kraamhulp toe uitgesproken te hebben dat ze er weinig vertrouwen in had.

De hele dag ben ik flink overstuur geweest, ik wist niet waar ik goed aan zou doen. Ik wilde niet stoppen maar ik kon ook niet door gaan op deze manier. De kans dat het zou gaan lukken was heel erg klein en elke 3 uur zat ik huilend aan de kolf voor 10 cc. Ik merkte dat ik steeds somberder werd en dat ik mezelf kwijt aan het raken was. Met gemengde gevoelens heb ik de knoop doorgehakt. Ik zou stoppen. Die nacht heb ik onze dochter voor de laatste keer aangelegd en ze was ontzettend rustig en dronk goed. Het leek wel of ze doorhad dat dit de laatste keer was en dat ze me toch nog een mooie ervaring gunde.

De volgende dag zijn we overgestapt op volledige poedermelk.

Het heeft best een tijd geduurd voordat ik kon accepteren dat ik geen borstvoeding kan geven. Ik had heel sterk het gevoel dat er iets mis was met mijn lijf en dat het aan mij lag. Ik weet dat er hele volksstammen groot geworden zijn op de fles en dat onze dochter niet een minder mooi mens wordt omdat ze de fles krijgt. Maar toch bleef ik het gevoel houden dat ik gefaald had, dat ik onze dochter niet het “beste van het beste” kon geven. Dit is denk ik omdat er tijdens de voorlichtingen te makkelijk gezegd wordt dat iedere vrouw dit kan en dat het een kwestie van doorzetten is. Zo zwart wit is het in de praktijk niet. Toch hoor ik om mij heen dat steeds meer vrouwen gewoon te weinig melk aanmaken en dat dit voor de meeste echt een traumatische gebeurtenis kan zijn.

We zijn nu 6 maanden verder en ik merk dat ik er af en toe nog last van heb. Ons meisje is flink gegroeid en eet nu fruit en groente naast de fles. 

 Ik heb me laten onderzoeken en de kans dat ik ooit voldoende melk ga produceren is klein en hoe dankbaar ik ook met ons meisje ben. Dit doet toch pijn.

 

Login bij Mamaplaats
Login

Nog geen account bij Mamaplaats?
Registreren
profiel aanmaken

Ik heb al een account.
Ja, dat wil ik

Nee, dank je