{{ message.message }}
{{ button.text }}

Babybezoek in het Bejaardentehuis

Valentijnsdag met Baby, de Bejaarden, en de Smartlappen. Ik had het zelf niet kunnen bedenken.

Afbeelding blog 'Babybezoek in het Bejaardentehuis'

Vandaag, deze Valentijn, was het dan zo ver. Baby zou voor het eerst naar het Bejaardentehuis gaan.

Huh? Dat is toch helemaal niets voor kleine mini mensjes? Waarom dan-

Het komt allemaal door mijn buurmeisje. Die werkt daar. Zij wist af van die geweldige smartlappen-band, dat Amsterdams-achtige koor, met hun accordion en de elleboog-wiegende liedjes uit de Jordaan.

"Daar hou ik echt van. Ga je mee?" had ze gevraagd.

Ik hou er eigenlijk niet zo heel veel van. Ik kan het dulden, zoals spruiten en zuurkool. Maar vandaag is het ook een jaar geleden dat ik dacht, "Vandaag is het een jaar geleden dat M en ik...en toen waren we bij dat gave hotel...de sterrenhemel...die beer..." Ahum. Stop. Terug naar het nu. Baby houdt van muziek en gezelligheid. Dus, ja, wij gaan mee. Bovendien, er heeft zich geen enkele rood-roze kaart aangediend op mijn deurmat, dus ik had echt niets romantischers te doen.

Op tijd klaar zijn met een baby is moeilijk. Last-minute poepluiers, missende luiertas-items die mee móeten, want anders (kies uit: krijsen, gillen, natte broek, vervelen, te koud).

Toen ik uiteindelijk (te laat) mijn auto bij mijn buurmeisje voor de deur parkeerde en aanbelde in de ongure, harde wind en sneeuw, deed ze open en liep meteen terug de kamer in om haar baby&bundel bij elkaar te grijpen. De hond zag z'n kans schoon. Hij schoot de voordeur uit, rende de hoek om, en verdween. Buurmeisje en ik holden erachteraan. Ik hield in: ik kon Baby niet alleen de auto laten. De natte sneeuw liet zijn moordende kou genadeloos achter op mijn wangen en handen.

"Hoerenweer!" hoorde ik mijn rennende buurmeisje schelden, die zonder jas op hondenjacht was gegaan.

Ik zat - heel dapper - schuilend in de auto. Shit. Fles vergeten. Zonder gordel scheurde ik de straat weer uit, langs mijn hond-mee-sleurende buurmeisje, en haalde thuis de vergeten babyfles op. Buurmeisje deed er inmiddels nog langer over. Bleek dat haar baby zich onder had gespuugd en een complete nieuwe outfit nodig had.

Vijfenveertig minuten later dan gepland zeulden wij met natte slierten haar onze baby's het tehuis binnen, waar het tropisch warm was. In de hal zat een oude vrouw in een stoel te slapen bij een haardvuur, naast een ouderwetse grootvadersklok. De tijd leek stil te staan.

Baby zat op mijn arm. Hij keek z'n ogen uit. We duwden een stel klapdeuren open en daar stonden ze: dertig of veertig smartlappen op een klein toneeltje, gekleed in het zwart met allemaal een tijgerprintsjaaltje om. Een paar dozijn bejaardenhoofden deinden krakering mee op de maat van de muziek. In een hoek stonden alle rollators samen te wachten: het leek de beroemde fietsbrug wel bij het Centraal Station. Wát een verzameling ijzer.

"Waar is Loesje, waar is mijn snoesje," zong het koor. Het klonk best gezellig.

Opeens stond er een hele oude vrouw voor ons. Baby z'n vingertje, die sinds kort de hele dag wel érgens naar wijst, wees recht in haar ogen.

"Wat zit jij te wijzen?" kraste haar oude vrouwenstem hard. Het klonk gevaarlijk, alsof Matilda's Juffrouw Bulstronk voor ons stond. Ik zette instinctief een klein stapje achteruit. Baby keek haar beduusd aan. Dit moet werkelijk het oudste mens zijn die hij ooit had gezien. Hij kon zijn ogen dan ook niet van haar afhouden. Het witte, krullende haar, de ingevallen mond (tandloos), en de diepe groeven in haar gezicht.

"Ik heb geen snoepje voor je!" ging ze verder. Ze schreeuwde bijna. Ze was doof.

"Ik geef je een roosje, mijn roosje," druilde het koor in de verte. "In het Vondelpark..."

Omdat het in het bejaardentehuis ook Valentijnsdag was, stonden er witte bloemstukjes met rode, vilten hartjesprikkers op de tafeltjes. Er werden grote rozen uitgedeeld. Wij werden overgeslagen. Een oude man met bretails lachtte iets te flirterig naar mij vanachter zijn veel te grote bril en vlug draaide ik mij om. Een medewerkster stond bij ons. "Ben jij verrast door jouw geliefde vanmorgen?" vroeg ik, nadat ik had vernomen dat ze ook kleine kinderen had. "Nee," gaf ze sipjes toe. "Ik moest hier heel vroeg beginnen, en hij deelde mede dat hij naar zijn grote liefde zou gaan." Mijn gezicht vertrok. "Het is niet waar!" "Jawel," zei ze. "Naar Feyenoord."

Een oude vrouw liep rond met een schaal bittergarnituur. Ik vroeg, "Hebt U ook iets vegetarisch? Ze knikte. "Deze is met kip." Nee, dank u.

Mijn buurmeisje overlegde even met een collega. "Is meneer Twigt er nog?" vroeg ze verbaads. "Is die nog niet dood?" "Nee," antwoordde de collega. "Maar het is wel rustiger." "Hoe kan dat dan?" vroeg ik even later. "Er gaan er zoveel dood," zei mijn buurmeisje. Tja. Ik keek om mij heen. Hier stond ik dan, met Baby. Hij aan het prille begin van zijn leven, die oudjes aan het dorre einde van die van hun. Bizar. The Circle of Life. Het enige wat Baby en zij met elkaar gemeen hadden waren de luiers en de tandenloze bovenkaak. En ik? Met een schok besefte ik dat ik mij niet passender had kunnen kleden. Ik droeg mijn wijde oma-onderbroek; een comfortabele maar on-sexy souvenir uit mijn zwangerschap. Eventjes voelde ik mijn billen gloeien in mijn spijkerbroek. Koop sexy ondergoed, zei een stemmetje in mijn hoofd, die er meteen een mentale notitie van maakte.

Veel oudjes draaiden zich langzaam om en bewonderden onze baby's. Trots glunderden wij over de grijze hoofden heen van het zittende publiek, totdat wij ook een tafeltje vonden. Bij de oude schreeuw-mevrouw die we al hadden ontmoet.

"Ik heb niemand," gilde de dove dame met haar tandenloze mond. "Ik heb geen kinderen. Kon ze nooit krijgen. Het waren alleen maar vleesboompjes bij mij aan de binnenkant. Het was mij niet gegund!" Jemig. Niemand hebben. Later heb ik hopelijk Baby nog. Ik voelde me meteen bedroefd voor haar en zette Baby bij haar op schoot. Ogenblikkelijk greep hij naar iets wat om haar nek hing en probeerde er op te drukken. De oude dame sprong op. "Niet mijn alarm!" riep ze. "Anders komen ze me halen! Met z'n allen!" Snel plantte ik Baby weer bij mij op schoot. De oude vrouw aaide Baby nu zachtjes over zijn beslofde voet terwijl hij breed naar haar glimlachte. "Ik vind jou lief," mompelde ze tegen hem.

Een andere oude vrouw - zij nog verfromelder en krommer dan de anderen - duwde moeizaam haar rollator voort. Met waterige ogen klokte ze mijn baby, en staarde naar hem. "Wat een mooi manneke," zuchtte ze uiteindelijk. Ik bedankte haar vriendelijk. "Zij is dement," fluisterde mijn buurmeisje. "Dat kan wel wezen," dacht ik, "maar ze heeft wel gelijk!"

Al snel brak het koor voor een pauze. Toen de groep zestigers en zeventigers langs ons dromde, zei de achterste man, "Kijk nou toch," en keek onze baby's met een rozige blik aan. "Het mooiste dat er is."

*Mamaplaats faciliteert een open en voor iedereen toegankelijk social platform. Zij is niet verantwoordelijk voor inhoud en authenticiteit van posts. Algemene voorwaarden.

Tags: #Baby

Login bij Mamaplaats
Login

Nog geen account bij Mamaplaats?
Registreren
profiel aanmaken

Ik heb al een account.
Ja, dat wil ik

Nee, dank je