{{ message.message }}
{{ button.text }}

#8 bitterzoet.

Het verhaal van onze zoon, na de rollercoaster van een zwangerschap is daar zijn bitterzoete geboorte.

Afbeelding blog '#8 bitterzoet.'

Vrijdagochtend 12 mei, we zitten in de auto onderweg naar het Sophia Rotterdam. Om 10.00uur precies zullen ze beginnen met de geplande keizersnede. Ik kijk door het raampje van de auto naar de regendruppels die het glas raken en naar de grijze lucht hoog boven ons. ‘Precies hoe ik me voel.’ Denk ik bitter. Ik knijp de hele rit in de hand van M. en mijn maag knijpt zich met de meter die we rijden steeds meer samen. Mijn hartslag lijkt een eigen ritme te hebben gevonden. God wat ben ik bang. Over iets meer als een uur ontmoet ik mijn zoon en begint de hel waar we al maanden tegen op zien. Als hij maar een kans krijgt, alsjeblieft neem hem niet meteen van me af.


Vanaf de parkeerplaats nemen we de lift naar boven, we komen mensen tegen maar ik zie geen gezichten, alleen maar mist. Mijn benen bibberen met elke stap en ik aai continue over mijn grote ronde buik. Zo raar dat deze grote buik straks plotseling leeg zal zijn. In het ziekenhuis nemen we nog een lift die ons naar de juiste etage brengt, en daar aangekomen meldt ik mij bij de balie. “Goedemorgen, ik kom voor een geplande keizersnede om 10.00 uur, de naam is N.” “Goedemorgen, ik zie het staan, als u hier de hoek om gaat mag u plaats nemen in kamer 7. Ik zal de verpleging laten weten dat u er bent.” In de kamer zit nog een vrouw, zij mag na mij om 11.00u naar de O.K. vanwege een stuitligging. Ik zit op het bed en probeer mijn opkomende tranen te bedwingen als er verpleegsters binnen komen. “Goedemorgen mevrouw, wat een spannende dag voor u. Wij zijn … en staan de komende uren voor u klaar. Dit is mijn collega … en zij gaat uw baby aanpakken van de gynaecoloog om hem naar de aangrenzende kamer te brengen waar het team klaar staat.” Ik kijk de vrouw aan en zij schudt mij netjes de hand maar ik voel een oneerlijke wrok. Zij mag mijn kind aanpakken, ik kan dat niet en god weet wanneer de dag komt dat ik hem in mijn armen mag houden. “U mag zich volledig uitkleden en dit schort aandoen inclusief de steunkousen, wij verwachten elk moment het telefoontje dat ze klaar zijn voor u.” Met trillende handen kleed ik mij om in de kleine badkamer en praat ik mezelf moed in, even later neem ik plaats op mijn bed en trek ik de dekens haast tot onder mijn kin. Mijn moeder kijkt me glimlachend aan. “Nog even en dan ontmoet je jouw baby, dan weet je hoe hij er uit ziet en heb je er een kindje bij.” Ze probeert me op te vrolijken en ik pers er een glimlach uit terwijl ik nog steeds vecht tegen de tranen. “Mevrouw R.? Ze staan klaar, wij brengen u nu naar de O.K.”. Ik schrik en kijk op de klok, het is precies 10.00 uur. Vanbinnen raak ik in paniek en weersta de neiging om op te staan en de benen te nemen, te roepen dat ik niet meer wilt en dat ik mij heb bedacht. Dat ik nu naar huis ga en wel bel voor een nieuwe afspraak.. Maar ik knik en kijk naar M. Daar gaan we.


M. mag zich omkleden en keert in het halletje voor de O.K. terug in een groen pak met rubberen klompen. Hij heeft een haarnetje op zijn hoofd en kijkt me grijnzend aan. Plotseling begin ik te giechelen en vindt ik de moed terug die mij al die maanden op de been heeft gehouden, en maken we weer grapjes over hoe sexy hij er zo uit ziet. Naast mij staat een groot blauw bed/brancard, over ongeveer een half uur ligt daar mijn baby op te knokken, hallo realiteit. De schuifdeur opent en de gynaecoloog stapt op mij af. Hij heeft een vriendelijk gezicht en vraagt of ik er klaar voor ben. “Nee.” Antwoord ik met een zenuwachtig lachje. “Dat antwoord krijg ik vaker.” Zegt hij lachend. In de o.k. stellen een hoop mensen zich aan mij voor maar ik onthoud geen naam. Het enige wat ik zie zijn ogen en mondkapjes. Achter het glas van de aangrenzende kamer zie een groepje mensen staan met hun armen over elkaar. Ze kijken naar mij en ik zie aan de blikken in hun ogen dat ze mij proberen te peilen. Als ik terugkijk naar de mensen om mij heen die druk zijn met meten en infusen prikken zie ik ook dat zij mij in de gaten houden. Ze nemen dit bloedserieus en daardoor voel ik mij gerustgesteld. M. mag voor mij zitten op een kruk tijdens het plaatsen van de ruggenprik. De eerste keer mislukt en prikt de anesthesist midden in mijn hernia, pijnscheuten schieten door mijn rechterbeen en heup en ik veer haast op. “Stil zitten stil zitten!” roept de assistent geschrokken terwijl hij hard op m’n schouders duwt. “Wat voelt u en waar? Probeer het aan te geven zonder te bewegen mevrouw.” “Steken. Been.” “Welke kant?” Ik weet niet meer hoe het heet en voel me niet goed. “Uhh uhh l..r..li…rechts, rechts.” Hoor ik mezelf mompelen. Op dat moment besef ik dat het geluid om mij heen trager lijkt te worden en als ik opkijk om M. zijn gezicht te zoeken verschijnen er zwarte vlekken in mijn gezichtsveld. “Ik ga flauwvallen.” Mompel ik met dubbele tong. “Jij gaat helemaal nergens heen, kunt u met uw achterhoofd tegen mijn hand duwen zo hard als u kunt?” Ik duw en voel heel langzaam het bloed weer naar mijn gezicht toe trekken terwijl de anesthesiste zenuwachtig roept dat ik anders wel mag gaan liggen op m’n zij. Snel doet zij nog een 2e poging en eindelijk zit de verdoving incl. slangetje goed en word ik haastig neergelegd. M. komt naast me zitten en strijkt over m’n wang terwijl ze het doek ophangen, hij geeft aan wel graag te zien hoe de baby geboren wordt. Ik zeg liever te wachten vanwege het incident vlak ervoor. “De verdoving werkt goed mevrouw want zij hebben u net heel hard geknepen in uw buik met een pincet.” Goh, dat is ook slim, ik had niks door. “We gaan nu beginnen, over een paar minuten ontmoet u uw baby.”


 Ik sluit mijn ogen en voel na een hoop geduw en gesjor hoe ze hem beethebben en langzaam uit mijn buik trekken. Mijn ogen schieten open en ik roep tegen M. dat hij moet gaan staan. “Hij is er bijna! Ik voel het! Ga staan anders mis je het!” Als M. staat voel ik een paar seconden later hoe mijn jongen ter wereld komt. Ik hoor zacht gehuil en mijn ogen zijn als schotels, is hij dat? Gejaagd probeer ik met mijn bovenlijf overeind te komen en wil ik het doek naar beneden trekken. Mijn moedergevoel neemt het compleet over en ik móet hem nú zien. Twee mensen schieten te hulp en helpen mij omhoog. En daar is hij. Perfect, klein, mooi en zo van ons. De gynaecoloog houdt hem voor mij omhoog en ik zie een boze zacht huilende baby met zwaaiende armen en benen. De gynaecoloog probeert ondertussen mijn reactie te pijlen en kijkt mij strak aan. Alles om mij heen vervaagd en ik zie alleen maar hem, mijn zoon. “Ach, jochie toch.” Mijn stem breekt en ik knik snel naar de gynaecoloog dat ze hem over moet dragen. Nog net zie ik hoe de verpleegkundige met mijn baby in haar handen geklemd naar het kamertje rent. Ze leggen mij weer neer en M. kust me snel voor hij achter ons kind aan gaat. Ik lig met een glimlach van trots en tranen over mijn wangen met mijn ogen dicht te luisteren naar alles om mij heen. Ik ben compleet in mijn eigen wereld waar emoties tegen mijn hart knallen als golven tegen de rotsen van een klif. Liefde en trots afwisselend met intens verdriet, angst en schuldgevoel. Wat heb ik jou aangedaan, wat hebben we gedaan? “Hoe heet hij eigenlijk?” Vraagt een assistente die lief mijn tranen wegveegt met een tissue. “Bentley, hij heet Bentley Brave..”


De assistente gebaard ondertussen met de mensen achter het glas. “Ik loop even naar uw zoontje toe hoor, dan kan ik u vertellen hoe het met hem gaat.” Ze keert terug en zegt met een iets te grote glimlach dat “hij het goed doet” en momenteel “stabiel” is. Ik doe het er op dat moment voor. Ondertussen wordt ik gehecht en kijk ik om mij heen, mijn gedachten glippen continue door mijn vingers. Ik heb net mijn tweede kind gekregen, toch?  “Ik wil dat moeder haar kind nog even ziet voor zij naar boven gebracht wordt!” Roept er plotseling een vrouw meerdere malen achter mij. Een paar minuten later op het gangetje wachten we tot de deur van het kamertje opengaat, en ze rijden het grote blauwe bed naast mijn bed. Niemand kon mij voorbereiden op wat ik te zien zou krijgen. Van het puntgave drukke baby’tje wat ik 20 minuten geleden zag zie ik nu een klein knokkend hummeltje liggen bedolven onder slangetjes terwijl hij volledig verdoofd is. Hij heeft 2 slangetjes in zijn neus voor de beademing en sondevoeding en een aantal infuusjes. Het enige wat ik aan kan raken is zijn ieniemienie zachte linkerhandje. Zodra ik zijn handje voel onder mijn vingers schokt er een klein stroomtootje door mijn hand… zo van ons. De tranen blijven geluidloos stromen en de pijn in mijn hart is vlijmscherp. Laat mij daar maar liggen, laat mij het overnemen. M. kust mij op m’n wang en aait mij over mijn hals terwijl we samen naar ons zoontje kijken. Mijn lijf en hart schreeuwt dat ik hem op moet pakken en moet troosten. Maar dat kan niet. “Dag jongen hier is mama, wat ben je mooi, oh zo mooi.” Het team om ons heen kijkt naar ons en iemand zegt na een paar minuten zachtjes dat we moeten gaan. M. vertelt onderweg dat hij dingen heeft gezien waarvan hij blij is dat ik er niet bij was. Al het geprik, gesjor en geduw zal hij z’n leven niet vergeten. Het enige wat hij vast kon pakken was een voetje om te troosten terwijl Bentley vocht met en tegen de vele handen aan zijn kleine lijfje, slechts enkele minuten na zijn geboorte. Ze rijden Bentley met snelle passen naar de Intensive Care en M. mag mee. Mij rijden ze naar de kraamafdeling naar een kamer voor mij alleen, met een lege buik maar ondertussen overstromend van trots vertel ik mijn ouders hoe knap mijn baby wel niet is. Ik mag pas bij Bentley als hij stabiel genoeg is en ze klaar met hem zijn. Ik praat veel terwijl ik trillend van de pijnstilling onder een deken lig, maar ondertussen is er iets met mij gebeurd. Mijn lijf en hoofd staan op standje overleven en de constante adrenaline nemen het over. M. komt regelmatig terug met informatie en foto’s, gruwelend van wat hij aan moet zien. “Ze proberen lijnen aan te brengen voor de infusen enzo, maar het wil niet echt lukken.” Ieder half uur dat M. terugkomt is hij bleker en bleker. Ik wil niet hier op dat bed liggen, ik wil naar de ICK, ik wil naar mijn kind die zijn mama nodig heeft. Met de tijd die verstrijkt voel ik het gemis versterken, ik mis hem zo en het lijkt alsof hij kilometers verder op ligt. Waarom duurt het zo lang?


Op een gegeven moment loopt M. stilletjes mijn kamer in, haast doorzichtig van kleur en voor zich uit starend. Hij kijkt mij aan maar zegt niks. Om mij heen verdwijnt alles en ik kijk hem aan. “Wat? Wat? Wat is er?!” mijn stem trilt en mijn hartslag neemt een duik. Niet zeggen dat hij het niet heeft gehaald. M. kijkt me aan: “Hij heeft een klaplong gekregen aan zijn enige goede long… ze gaan hem nu op de IC opereren. Hij is keihard aan het vechten, ze hebben me weggestuurd.” De kamer draait en de angst knijpt mijn keel dicht. 

*Mamaplaats faciliteert een open en voor iedereen toegankelijk social platform. Zij is niet verantwoordelijk voor inhoud en authenticiteit van posts. Algemene voorwaarden.

Login bij Mamaplaats
Login

Nog geen account bij Mamaplaats?
Registreren
profiel aanmaken

Ik heb al een account.
Ja, dat wil ik

Nee, dank je