{{ message.message }}
{{ button.text }}

Alles over eenkennigheid bij je baby

Je ziet eenkennigheid bij je kindje ontstaan zo tussen de zesde maand en het eerste jaar. Je spontane baby kan plotseling heftige angst ontwikkelen. Meer >>

Afbeelding blog 'Alles over eenkennigheid bij je baby'
Je ziet eenkennigheid bij je kindje ontstaan zo tussen de zesde maand en het eerste jaar. Je eerst zo spontane en vrolijke baby kan plotseling heftige angst ontwikkelen voor iedereen behalve zijn moeder, vader en broertjes of zusjes. Het kindje wat voorheen iedereen met een grote glimlach en open armpjes verwelkomde, begint nu te huilen zodra er een vreemd gezicht verschijnt. Dit betekent dat je baby een fase van eenkennigheid is ingegaan.

0-6 maanden

Tot je baby zes maanden oud is maakt hij/zij nog geen duidelijk onderscheid tussen de mensen om hem heen. Ze hebben waarschijnlijk wel al een duidelijke voorkeur voor zijn/haar ouders en directe familielede. De kindjes van deze leeftijd kennen afkeren tegenover vreemden nog niet en meestal benadert je kindje iedereen op een positieve manier. Dit komt doordat je baby iedereen ziet als een persoon die aan zijn of haar verlangens kan voldoen. Natuurlijk krijgt je baby liever troost en drinken van jou of je partner maar in principe is ieder vriendelijk gezicht een bron van troost en voedsel. Ook komt het door dat je kindje op die leeftijd het verschil tussen aan- en afwezigheid nog niet zo goed door heeft. Voor je kindje zijn mensen nooit helemaal afwezig. Ook als hij/zij ze niet ziet, heeft een kindje jonger dan zes maanden het gevoel dat alle geliefde personen binnen handbereik zijn, en dat ze kunnen verschijnen zodra je baby ze nodig heeft.

6-12 maanden

Als je kindje tussen de zes en twaalf maanden oud is, gaan ze zich realiseren dat ze voor de verzorging grotendeels afhankelijk zijn van de familieleden in de directe omgeving. Dat zijn in de eerste plaats zijn/haar vader en moeder, en daarnaast misschien nog een paar vertrouwde personen. Hierdoor gaat je baby mensen buiten deze vertrouwde kring als een bedreiging zien. Daar komt ook nog bij dat je baby zich er geleidelijk van bewust word dat ook zijn vertrouwde verzorgers wel eens afwezig zijn. Bij de gedachte alleen achter te blijven, raakt je baby in paniek. Het liefst is je baby dan ook alleen in het gezelschap van zijn vertrouwde personen.

Wat te doen?

Je moet je baby gaan leren dat andere mensen niet per definitie bedreigend zijn. Dit leer je hem/haar het beste wanneer deze anderen je baby voorzichtig en vriendelijk benaderen. Praat dus met deze mensen en leg ze uit dat je kindje in de eenkennigheidfase zit en of ze hier rekening mee willen houden. - Geef je kindje de tijd om aan die anderen te wennen. Dit gaat het beste bij mama op schoot. Vraag aan de anderen om je kindje heen hem/haar niet direct aan te raken. In plaats daarvan kunnen ze beter proberen het vertrouwen te winnen door vriendelijk te praten, een glimlach en een speeltje. - Huilen bij afscheid nemen Dit hoort ook bij deze periode. Je baby kan heftige huilbuien krijgen en ontroostbaar huilen. Ook hier moet je je kindje aan leren dat je niet voor altijd weg blijf. Begin bijvoorbeeld met korte periodes van afwezigheid, zo kan je kindje ervaren dat ondanks je even uit het oog bent je niet helemaal verdwenen bent. Deze periode van eenkennigheid kunnen voor jou en je partner erg vermoeiend en frustrerend zijn. Aan de ene kant is het heel lief dat je kindje zo sterk zijn voorkeur heeft voor jullie en dit ook laat blijken, maar aan de ander kant kun je het gevoel krijgen dat je baby je hiermee aan banden legt en je bewegingsvrijheid beperkt. Het is dan fijn om te weten dat het een fase is en dat het weer over gaat! Hoe meer je je kindje helpt tijdens deze periode, hoe sneller deze fase voorbijgaat. Geef je baby de gelegenheid om in jouw veilige aanwezigheid aan nieuwe gezichten te wennen en hij/zij zal sneller zijn angst voor vreemden overwinnen. Het vertrouwen dat je weer terug gaat komen groeit sneller als je hem/haar steeds uitlegt voor je weggaat dat je weer terug komt. Het is overigens niet zo dat alle kinderen deze fase doormaken in een even heftige vorm. Het ene kind lijkt er zo doorheen te stomen terwijl de ander niet van mama los te maken is. Ook is het bij het ene kind langer aanwezig als het ander kind. Er zijn ook baby’s waarbij je deze fase niet tot nauwelijks opmerkt. Deze kinderen passen zich waarschijnlijk gewoon iets sneller aan nieuwe situaties aan dan de andere. Geschreven door mama Sandra

Tags:

👋🏼  Heb je een vraag of een suggestie? Werkt er iets niet? Laat het ons weten!
Login bij Mamaplaats
Login

Nog geen account bij Mamaplaats?
Registreren
profiel aanmaken

Ik heb al een account.
Ja, dat wil ik

Nee, dank je